search
top

De nieuwe inflatie- en werkloosheidsstatistieken van het CBS. Nuttig en nodig?

Volgend jaar gaat de (gemeten) inflatie fors omlaag. En de (gemeten) werkloosheid gaat dalen. Want het CBS gaat over op nieuwe inflatie- en werkloosheidsstatistieken, die onze wereld anders in beeld brengen dan de oude. Enkele verschillen (en kort mijn mening daarover):

De nieuwe inflatiestatistiek. De inflatie gaat dalen. Het CBS gaat voor het meten van de consumenten-inflatie over op de ‘HICP’-statistiek van Eurostat, de Harmonized Index of Consumer Prices. Deze brengt de prijzen in alle Eurolanden in beeld op basis van een consistente methodiek. Het is natuurlijk wenselijk dat alle Europese landen het consumentenprijspeil op dezelfde manier meten – dan kun je de ontwikkelingen en niveau’s beter vergelijken. Maar er zit daarbij een addertje onder het gras: de HICP-methodiek is deels ontwikkeld om aan een verzoek van de ECB (Europese Centrale Bank) tegemoet te komen. Wie bepaalt welk beeld wij van de inflatie krijgen? Grotendeels de ECB! Wat ik niet negatief bedoel maar als een feitelijke constatering! De ECB wilde, om de connectie tussen het gemeten prijspeil, de (gemeten) geldhoeveelheid en de monetaire bestedingen zo direct mogelijk te maken een prijsmaatstaf die zo min mogelijk om- en toerekeningen bevatte. Het gaat dan vooral om de ‘toerekening huurwaarde eigen woningen’. In de Nederlandse inflatiestatistiek (en die van veel andere landen) zit een letterlijk zwaar meewegende toerekening: de huurwaarde eigen woning. Huren worden uiteraard meegewogen in het consumentenprijspeil – het is een prijs die betaald wordt. En in de nationale rekeningen wordt de ‘toegerekende huurwaarde’ van eigen woningen tot de totale productie gerekend. Terecht: als een woningcorporatie een huis het ene jaar verhuurt en het volgende jaar verkoopt dan is het raar als de huurwaarde van die woning ineens uit de productie zou vallen. Maar opmerkelijk genoeg zit deze toegerekende huurwaarde (deze huren worden niet daadwerkelijk betaald) ook in de Nederlandse consumentenprijsindex. Deze index geeft, anders dan de nationale rekeningen, niet de koopkracht van de gemeten inkomens (inclusief huurwaarde eigen woning) maar de koopkracht van het geld weer – geld dat gebruikt wordt om echte prijzen te betalen. Toch weegt deze toerekening zelfs zwaarder mee, in het mandje met prijzen waarop de index gebaseerd is, dan de eigenlijke huren! Dit heeft, omdat de huren momenteel zo ongeveer de sterkst stijgende prijzen van Nederland zijn, een zeer sterk opwaarts effect op de gemeten inflatie. Wanneer dit effect wegvalt dan daalt (op dit moment!) de gemeten inflatie. De HICP inflatie van Eurostat was in mei 0,1%,  de CBS inflatie  was 0,8%. Dat scheelt! Persoonlijk vind ik het uit de prijsindex halen van de toegerekende huur een goed idee, zowel omdat de inflatiemaatstaf zonder toegerekende huur een directere relatie heeft met de koopkracht van het geld als vanwege het ECB argument dat deze inflatie een directere band heeft met de geldhoeveelheid en de bestedingen. Dat de koopkracht en de verdeling van de inkomens belangrijker is voor de macro-ontwikkeling dan de koopkracht van het geld is een ander verhaal.Los Angeles

De nieuwe werkloosheidsstatistiek. De werkloosheid gaat dalen. De Nederlandse werkloosheid was in mei, volgens het CBS, 8,6%. Volgens Eurostat was dit 7% (voor alle duidelijkheid: zowel de CBS als de Eurostat gegevens laten over het afgelopen jaar een forse stijging zien). Wat is het verschil? Eurostat telt mensen die 12 uur of minder per week werken en op zoek zijn naar meer werk niet mee als werkloos, Nederland wel. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor mensen die op zoek zijn naar minder dan 12 uur werk per week: Nederland telt die niet mee, Eurostat wel. Mensen met een klein baantje die op zoek zijn naar meer werk worden door Eurostat niet over het hoofd gezien: ze zitten in de definitie van de ‘brede’ werkloosheid. Kijk hier voor enkele gegevens over die brede werkloosheid, die veel te weinig aandacht krijgt! Ze laten o.a. zien dat terwijl de ‘normale’ werklo0sheid in Italië weliswaar hoog maar veel lager dan in Spanje en Griekenland de brede werkloosheid in dat land ook rond de 35% ligt.

De nieuwe statistiek is simpeler en duidelijker, wat altijd een plus is. En dat zeker in een tijd waarin een leenstelsel voor studenten wordt ingevoerd, wat gaat betekenen dat het ‘kleine baantjes’ arbeidsaanbod zal stijgen – meegerekend in de nieuwe statistiek! Aan de andere kant valt een deel van de werkzoekenden uit de basisstatistiek. Wat betekent dat we meer aandacht moeten geven aan de vrijelijk via Eurostat beschikbare gegevens over de brede werkloosheid! Overigens maakt het voor de ontwikkeling van de werkloosheid (stijging, daling) niet veel uit naar welke statistiek u kijkt (hier, grafiek 2).  Waarbij zeker wat betreft de brede werkloosheid de samenstellingsverschillen tussen de landen van de EU veel groter en stabieler zijn dan de vergelijkbare verschillen tussen de staten van de VS. Kijk hier (vlak boven de tweede grafiek). Terwijl dat voor de normale werkloosheid veel minder het geval was, zo rond 2007 en 2008, toen de normale werkloosheid in de hele EU ongeveer op hetzelfde niveau lag.

Leave a Reply

top