search
top

De brede werkloosheid in de Europese Unie. Spanje gaat richting 40% (3 grafieken)

In toenemende mate hoor je mensen de vraag stellen of de economie wel een wetenschap is. Recentelijk deden bijvoorbeeld Heleen Mees en Peter de Waard dit. Een deel van het antwoord hierop is duidelijk:

De economische statistiek is wel degelijk een wetenschap.

Uiteraard geen perfecte wetenschap – maar statistici werken met duidelijke en vooral ook constante en niet van een individuele onderzoeker afhankelijke definities, concepten, operationaliseringen en metingen en conceptuele kaders. Voor het huidige denken over deze definities zij u verwezen naar deze discussie onder arbeids-statistici, die erover denken om de gangbare set van concepten, definities en operationaliseringen aan te passen aan de eisen van de tijde (o.a. meer aandacht voor onbetaalde arbeid). Meten is weten en wetenschappers moeten weten hoe ze meten.

Een van de door statistici ontwikkelde en consistent gemeten begrippen is de ‘brede’ werkloosheid. Voor meta kunt u terecht bij Eurostat. Het komt erop neer dat vanuit een economische invalshoek (hoeveel arbeid is er beschikbaar) gekeken wordt naar mensen die weliswaar werk hebben maar die meer werk willen hebben, naar mensen die niet direct beschikbaar zijn maar die wel zoeken en naar mensen die wel beschikbaar zijn maar niet zoeken. Deze drie categorieën worden niet mee-gemeten in de normale werkloosheidsstatistiek (de eerste overigens nog wel in de noemer van het werkloosheidspercentage). Hoe staat het met deze werkloosheid? De consistente definiëring en meting ervan maakt het mogelijk de EU landen met elkaar te vergelijken. Overigens is ook een vergelijking met de VS mogelijk, waaruit blijkt dat de verschillen daar tussen staten veel kleiner zijn dan tussen landen in de EU en dat het niveau van deze werkloosheid aldaar veel lager ligt.

Wat zien we als we de gegevens van het vierde kwartaal van 2008 vergelijken met het vierde kwartaal van 2012 en kijken naar de toename van zowel de gewone ‘U-3’ als de additionele werkloosheid (grafiek 1)? Niet helemaal onverwacht blijken de verschillen in ontwikkeling groter te zijn dan alleen op basis van ‘U-3’ kan worden gesteld. Minder voor de hand liggend en reden tot nog grotere zorg: een aantal landen die het redelijk leken te doen (Finland, België, het VK) blijken het relatief duidelijk slechter te doen. Bizar en reden voor paniek: slechts in 1 van alle EU landen is de werkloosheid gedaald. Ook in Turkije, dat overigens een veel sneller groeiende beroepsbevolking kent, was dit het geval, maar daar kon de beleidsrente van de centrale bank met ongeveer 10% worden verlaagd.

1

We kunnen de vraag stellen welke van de drie soorten additionele werkloosheid vooral toenam (grafiek 2). Een wat complex beeld, maar vooral in de periferielanden lijken er veel mensen het zoeken naar werk te hebben opgegeven terwijl in landen als Finland en België veel onvrijwillige deeltijd lijkt voor te komen (overigens kent Nederland zowel de hoogste deeltijdfactor van alle EU landen als het laagste percentage onvrijwillige deeltijd, het voordeel van werkelijke flexibiliteit van de arbeidsmarkt waarbij dit niet, zoals in het ‘Troika’ denken hierover, vanuit middelmatige managers wordt gedefinieerd maar vanuit de mensen die het echte werk doen).

2

Daarnaast kunnen we de vraag stellen hoe hoog de totale werkloosheid is (grafiek 3). Voor alle duidelijkheid: de maateenheid van de linker as is dus echt ‘% van de beroepsbevolking’. Vijfendertig procent brede werkloosheid in Spanje en Griekenland – en dan zitten ze in het jaarverslag van de ECB te sufmutsen over 0,5% inflatie meer of minder… Maar toegegeven, in de modellen van de ECB, te onderscheiden van de statistieken, is werkloosheid inderdaad niet opgenomen – geheel volgens de richtlijnen van de economische ‘wetenschap’ wordt het gedefinieerd als ‘vrije tijd’. En dat is dus inderdaad geen wetenschap maar duur betaalde bezigheidstherapie. Zie hier voor het verschil tussen werkloosheid en vrije tijd.

3

“Shadow council ECB urges ECB to cut rates aggressively”

Het Duitse Handelsblatt heeft een ‘shadowcouncil’ voor de ECB. Als economisch historicus die wat van statistiek weet (een cijfersmid) maak ik daar deel van uit. Een week voor de vergadering van het bestuur van de ECB komt de ‘shadowcouncil’ telefonisch bijeen om over het monetaire beleid te praten. Hieronder kunt u het Handelsblattverslag hiervan lezen. Wat mij betreft viel deze keer op dat steeds meer mensen steeds bezorgder worden over de economische ontwikkelingen in het Eurogebied. Steeds sterker ontstaat de indruk dat het, los van de (eventuele) noodzaak tot allerlei hervormingen in allerlei landen, nodig is dat er agressiever wordt opgetreden vanuit de centrale bank, zonder dat overigens verwacht wordt dat dit een ‘silver bullet’ is. Een van de deelnemers acht het zeer gewenst dat de overheid direct van de banken gaat lenen (met de impliciete opkoopgarantie van de ECB), om zo ook de balansen van de banken te herstellen. Voor het denken hierachter kan worden verwezen naar dit stuk van Koo.

Het feit dat de werkloosheid historisch gezien werkelijk recordniveaus heeft bereikt is nu algemeen bekend en wordt in toenemende mate genoemd in de discussies. Men maakt zich vanuit de directe praktijk van de verstrekking van leningen zorgen over de fragmentering van de Eurozone.

Aanvullend: uit de na de vergadering beschikbaar gekomen monetaire gegevens blijkt dat de geldhoeveelheid in de Eurozone (zeer licht) gekrompen is, in februari… Belangrijker is dat voor zover de geldhoeveelheid op peil gebleven is dit vooral komt doordat allerlei ‘lange’ spaartegoeden zijn overgeheveld naar betaalrekeningen. Terwijl ook binnen de M-3 geldhoeveelheid (die uit verschillende soorten geld zowel als geld op verschillende soorten betaalrekeningen bestaat) een sterke beweging zichtbaar is naar maximale liquiditeit (technisch: het (M-3 minus M-2) gedeelte stort ineen, de laatste tijd). Bedrijven lenen ook steeds minder bij de banken. Terzijde – toen ik de link zocht bleek dat vandaag door de ECB ook de sectorinkomens en -bestedingsgegevens zijn gepubliceerd. Opmerkelijk is de toename van het inkomen van de overheid tegenover de afname van het inkomen van de huishoudens. Anders gezegd – de belastingen zijn hoger maar dit geld wordt gebruikt om het tekort te verkleinen. Opmerkelijk is de toename van de financiële bezittingen van de overheid – die namen met in 2012 met 450 miljard toe (uitgegeven leningen en aandelen). Wie zouden al dat geld toch geleend en gekregen hebben? Hier staat overigens een toename van ‘overheidsschuld’ van 370 miljard tegenover. De overheid als bank.

Het verslag:

Shadow ECB Council
At the meeting of the Shadow ECB Council on 25 April a majority of eight members recommended a cut of the ECB’s main refinancing rate by half a percentage point, to 0.25 per cent. Five favoured a quarter point cut, to 0.5 per cent. Two members argued in favour of unchanged rates. Most members see a need for the ECB to go beyond cutting rates and embrace more aggressive and unconventional measures to kick-start bank lending and to get the economy out of recession.

Members further reduced their forecasts for growth and inflation this year and next. After a decline of 0.5 per cent in 2012 and 0.4 per cent in 2013 members on average expect 0.8 per cent GDP growth in 2014, barely taking the economy back to the level of 2011. Inflation is expected to fall to 1.7 per cent this year and further to 1.6 per cent in 2014. These changes bring the average forecasts of the Shadow Council roughly in line with ECB staff projections published in March.

Many members urged the ECB to consider more aggressive and innovative measures to kick-start depressed bank lending. One such measure which received considerable support was to offer a five-year Long Term Refinancing Operation and make it conditional on the provision of credit to small and medium enterprises, as these were considered to be severely credit constrained in a number of countries.

De uitspraken van Jörg Asmussen, directielid van de ECB. Feitelijke weerleggingen.

Waar de heren in elk geval geen woorden aan vuil maakten, was de werkloosheid, armoede, uitzichtloosheid en andere ellende die hun beleid in zowel Noord als Zuid veroorzaakt

Ewald Engelen

Er is een charme-offensief gaande, vanuit de Europese Unie en de Europese Centrale Bank, om het austeriteitsbeleid te verkopen. Maar soms maakt dat het er alleen maar erger op… Ewout Engelen gaat al tekeer tegen een berichtje van onder andere Dijsselbloem, Rehn en Asmussen in de New York Times (zie boven). Hier iets over diezelfde Jörg Asmussen, bestuurslid van de ECB, die recentelijk een speech hield bij de ‘investor conference’ van Bank of America en Meryll Lynch, twee Amerikaanse banken. Asmussen blijkt slecht op de hoogte van zowel de statistische feiten als methodische kritiek op de interpretatie van deze feiten. De speech had als titel:

Eurozone cross-fire: the way out of economic recession – Assessment of a realist and a response to idealists and cynics

Het geheel ademt de stijl van een econoom die duidelijk nooit geleerd heeft ambachtelijk met cijfers en statistieken om te gaan maar deze slechts ziet als illustraties bij een model (zie beneden) en die daarom niet goed beseft wat de context van de cijfers is: een dilletant. Om cynisch van te worden. Maar laat ik, alvorens hierop in detail in te gaan eerst stellen wat er mis is in de Eurozone.

De werkloosheid in Zuid-Europa en Ierland is niet alleen hoger dan alles wat we in de ‘rijke’ landen na de oorlog gezien hebben – de werkloosheid is veel hoger. De Finse, Oost-Duitse en Ierse en Spaanse records van de jaren tachtig en negentig worden met speels gemak doorbroken.

Daar had Asmussen, probleemstellend, natuurlijk mee moeten beginnen. Opmerkelijk voor de Eurozone is vooral dat de werkloosheid uniek hoog is – hoe kon dat gebeuren? En de werkloosheid stijgt nog steeds. Terzijde – Finland devalueerde met 40%, in de jaren negentig, om deze werkloosheid op te lossen, een optie die nu niet beschikbaar is voor de Zuid-Europese staten. Duidelijk is natuurlijk dat de extreme werkloosheid mede veroorzaakt wordt door komt de economische politiek. En niet alleen die van de Zuid-Europese landen maar ook die van de EU en de ECB (zie ook A, beneden). Maar het is daarnaast ook een teken van andere maatschappelijke prioriteiten. In plaats van, toekomstgericht, prioriteit te geven aan groei, werk en inkomen geven we nu prioriteit aan renteniersinkomens (inclusief de monopoliewinsten van banken op gedereguleerde geldcreatie: seigniorage) en het beschermen van financieel bezit. Zie recente ontwikkelingen in Ierland. In termen van de nationale rekeningen: niet de stroom van het inkomen, op gang gehouden door al onze financiële transacties,  maar de voorraad schuld staat nu centraal, in het denken. Maar Asmussen begon daar niet mee. Hij begon met het publiek uit te leggen dat ze het allemaal niet goed begrepen… Wat hiervan te denken?

A. Eerst: het positieve. Asmussen stelt: “It is, at once, a crisis of public and private debt, a crisis of competitiveness and growth, and a crisis of trust; in institutions, in politics and in decision-making. Tackling the crisis successfully and comprehensively will require solutions for all of those.” Nog slechts enkele jaren geleden stelde de ECB, geïnspireerd door de economie van de rationele verwachting en de representatieve consument, dat schulden er niet toe deden, net zomin als nationale verschillen. Dit wordt weergegeven door een belangrijk economisch model waarin de hele Eurozone 1 rationele representatieve consument is en waarin werkloosheid geen doelstellingsvariabele of zelfs maar een variabele is maar doodeenvoudig niet bestaat en impliciet wordt gedefinieerd als een keuze voor meer vrije tijd! Kijk ook hier. Een manier van denken die tot beleidsgevolgen leidde: als werkloosheid volgens je modellen niet bestaat dan let je er ook vanzelf ook wat minder op… Dat alles is gelukkig veranderd, zodat in ieder geval een gesprek mogelijk is. Zelfs erkent de ECB nu het bestaan van kritiek! (Dank, Paul, zowel als 1.001.069 Twitteraars). Wie had dat gedacht. Pure winst!

B. Waar gaat het mis. (more…)

De lopende-rekening tekorten van Zuid-Europa zijn verdwenen. Nu de problemen nog.

John Maynard Keynes stelde in 1944, toen in Bretton Woods werd nagedacht over de architectuur van het na-oorlogse internationale monetaire stelsel:

” imbalances in trade are next to impossible to resolve in a fixed exchange rate system without surplus countries accepting that they have as much of an obligation to do something about them as the offending deficit countries”

Had hij gelijk? De grote tekorten op de lopende rekeningen van de Zuid-Europese landen van het Euro-gebied zijn namelijk verdwenen als sneeuw voor de zon, zonder dat de overschot landen (Nederland en Duitsland) serieus werk gemaakt hebben van het opvoeren van de inkomens en de bestedingen, wat volgens Keynes noodzakelijk was om evenwicht te bereiken. Integendeel, zelfs.

6

De vraag is natuurlijk hoe deze tekorten zijn verdwenen (overigens hadden deze niet helemaal dezelfde oorzaken, zie grafiek 2). Strikt genomen zijn er drie mogelijkheden waardoor een tekort kan verdwijnen: de export kan toenemen, de import kan afnemen en er kan (maar daar zullen we hier verder van afzien) sprake zijn van gunstige prijsontwikkelingen, wat bijvoorbeeld bij olie-exporterende landen een grote rol kan spelen.

Als er geen sprake is van een ‘fixed exchange rate system’  gaat evenwichtsherstel als volg (voorbeelden zijn Finland na 1991 en de Aziatische landen na 1998, in al deze gevallen vonden devaluaties van 20 tot 80% van de waarde van de munt plaats, waarna snel herstel optrad). Wanneer een land zijn munt devalueert zal zeer direct sprake zijn van afnemende importen. Buitenlandse goederen en diensten worden duurder. Dit is goed voor de binnenlandse producenten. De binnenlandse koopkracht van de munt, dus exclusief geïmporteerde producten blijft namelijk gelijk, terwijl de nominale lonen in binnenlandse munt gemeten ook gelijk blijven, waardoor mensen het geld aan nu relatief goedkopere binnenlandse producten gaan besteden. En, meestal na een iets langere tijd, zal de export ook toenemen, waarbij dit een voordeel gaat opleveren zodra de exportgroei het prijsnadeel heeft opgeheven (de export neemt namelijk toe doordat de geëxporteerde producten goedkoper zijn, ten opzichte van prijspeil van geïmporteerde producten).

Als er, zoals bij de Euro, wel sprake is van een ‘fixed exchange rate system’ dan ligt het anders. De binnenlandse lonen gaan in dit geval omlaag, zodat ook de binnenlandse koopkracht daalt, anders dan bij externe devaluatie. Denk daarbij in de praktijk aan de vaste huren en rente en ook aan de BTW verhogingen die in allerlei landen zijn doorgevoerd! De binnenlandse producenten hebben hier dus geen voordeel van. De lagere inkomens tasten uiteraard de bestedingen aan en zorgen daarmee voor lagere importen. Tegelijkertijd werkt het systeem uiteraard trager dan een devaluatie van de munt, terwijl zelfd de loonsverlagingen in Griekenland, die nu tegen de 15% lopen (een na-oorlogs unicum, voor zover ik weet, in de rijkere landen) niet te vergelijken zijn met de 40% devaluatie van Finland. Maar stel dat de crediteuren zichzelf opeens geen tijd gunnen en direct hun geld terug willen. En die crediteuren zijn er, want de landen hadden tenslotte een tekort op de lopende rekening. Dan zullen de buitenlandse crediteuren dit eenvoudig doen door hun kredieten aan de banken niet te verlengen, waardoor deze het bedrag terug moeten betalen, een operatie die gefinancierd werd door de ‘Target2’ tekorten in Europa. En waardoor dus acute liquiditeitstekorten ontstaan. En extreme economische crises – de werkloosheid in Portugal en Griekenland en Spanje en zeer binnenkort ook Italië is hoger dan deze na de oorlog ooit geweest is. En niet zomaar hoger: veel hoger. En de werkloosheid in deze landen is ook hoger dan deze in welk rijk land dan ook geweest is, na de oorlog. En niet zomaar hoger: veel hoger. Ondanks enorme emigratie vanuit landen zoals Ierland, en ook de Baltische staten. En ja, in dergelijke gevallen is het dan dus wel mogelijk de lopende rekening in evenwicht te krijgen – je zorgt er gewoon voor dat niet alleen de lonen lager worden maar dat ook de werkgelegenheid met 15 tot 20% of zelfs meer afneemt. Dan komt de lopende rekening wel in evenwicht! Maar niet door meer exporten (de Griekse exporten van goederen en diensten namen in het vierde kwartaal van 2012 zelfs af, ten opzichte van 2011, waarschijnlijk vooral door minder toerisme). Keynes stelde ook:

“If the facts change, I change my mind”.

Waarschijnlijk zou hij zijn idee hebben herzien dat, in een democratie, landen alles zouden doen om te voorkomen dat de werkloosheid weer, net als in de jaren dertig, tot boven de 20% opliep, terwijl de inkomens sterk daalden. En dat inkomen en werkgelegenheid belangrijker wordt geacht dan het terugbetalen van op geldschepping gebaseerde kredieten met veel te hoge renteniveau’s. Of misschien zou hij de Eurozone geen democratie vinden. Of beide.

7

8

 

Reinhart en Rogoff en en het cumulatieve verschil van groei die 1% hoger of lager is

Er is een discussie losgebarsten over het werk van Reinhart en Rogoff, over (overheids)schuld en groei. Gaat hoge ovrheidsschuld gepaard met lage groei? Mijn mening daarover heb ik in november 2011 al geventileerd, ik hoef deze niet bij te stellen. Integendeel. Maar waar het nu om gaat is dat Reinhart en Rogoff in een verdediging van hun werk stellen dat:

“It is utterly misleading to speak of a 1 per cent growth differential that lasts 10-25 years as small. If a country grows at 1 per cent below trend for 23 years, output will be roughly 25 per cent below trend at the end of the period, with massive cumulative effects.”

Uit de Twitter-discussie blijkt dat hier enige onduidelijkheid over is. Hoe zit dit? Wat bedoelen ze? Ik ben zelf opgegroeid in de intellectuele schaduw van groei-econoom Angus Maddison, heb bij de afdeling nationale rekeningen van het CBS gewerkt, ben gepromoveerd op groeireeksen van de Nederlandse landbouw en heb een boek geschreven over de (zeer) lange termijn groei van de Friese landbouw. Ik weet er hier wel iets van. Wat Reinhart en Rogoff bedoelen is het volgende:

Stel dat de trendmatige groei 2% is maar dat door allerlei schuldengehannes de werkloosheid hoog is (een consistente vinding van Reinhart en Rogoff) en de groei op 1% komt te liggen (of dat door goed beleid de potentie van de private en publieke partijen in de economie niet wordt afgeremd, het geld niet besteed wordt aan overmatige toenames van woningprijzen of overdreven aflossen van schuld – en de groei 3% bedraagt). Wat is dan het gecumuleerde verschil? Nou, dat is inderdaad ongeveer 25%. In het kader van schuldterugbetaling is echter ook de absolute groei van belang, natuurlijk, en dan is er een nog significanter verschil! En wat R@R met ‘massive cumulative effects’ bedoelen is de som van de extra productie over de jaren, want dat is voor schuldterugbetaling en bezitsheropbouw van de huishoudens natuurlijk van groot belang.

1groei

Natuurlijk gaat de discussie hier helemaal niet over. Dat zou het geval zijn als we konden kiezen tussen wel of niet in de penarie te komen. Maar we zitten daar al in, tot onze nek en verder. Ik proef in de discussie zelfs een toenemend besef dat de Euro wel eens geen blijvertje zou kunnen zijn. De vraag is hoe we eruit komen – Griekenland zit in een scenario waar de groei niet 1% onder trend is maar ongeveer 6%, en dat al vier jaar lang. Dat is ook ongeveer 25%. Hoe maken we daar een eind aan. Dat is het probleem. Over causaliteit tussen een hogere overheidsschuld als percentage van het BBP en een lage groei hoeven we in het Griekse geval overigens niet te twisten – het BBP daalt daar. En dat, hoogst uitzonderlijk, al jaren en jaren, doordat de duimschroeven telkens als die duimen wat dunner worden nog verder worden aangedraaid, waardoor die duimen enzovoorts. Misschien moeten we toch maar nog veel meer van die Griekse schulden kwijtschelden, zodat we later meer terugkrijgen. Terzijde: voor diegenen die geloven dat het een aanbod probleem is loont het naar de exportcijfers van braafste aanbod-jongetje van de klas Ierland te kijken over de periode januari en februari. Mede doordat de import van grote handelspartner Engeland ineenploft en doordat de patenten op veel in Ierland gefabriceerde medicijnen aflopen is dat dikke ellende. Mensen willen niets liever dan werken, verkopen en produceren – maar de vraag ligt op zijn gat. Hoe lossen we dat op, ondanks alle schulden?

Page 1 of 212
top