search
top

Afghanistan en internationaal recht:

De contouren van het internationaal recht en het gebruik van geweld:

Na 9/11 stond buiten de SP elke partij achter de aanval op Afghanistan. Als begin van de discussie wordt daarom vaak ook simpelweg aangenomen dat de invasie legitiem was. Terwijl in termen van internationaal recht er weinig twijfel is over de onrechtmatigheid van de aanval.
In artikel 2 van het VN handvest worden de principes van het internationaal recht uitgelijnd; “alle leden zich in hun internationale relaties zullen onthouden van het gebruik of de dreiging van het gebruik van geweld”; “alle leden zullen hun internationale geschillen beslechten op vreedzame wijze.” Er zijn twee uitzonderingen op deze principes: het recht op zelfverdediging en wanneer de Veiligheidsraad toestemming geeft om geweld te gebruiken.
Voorstanders van de oorlog beargumenteren dat onder internationaal recht de VS het recht had op zelfverdediging en dus was de oorlog legitiem. Deze visie zou kracht worden bijgezet door de twee resoluties die werden aangenomen in de Veiligheidsraad na de aanvallen van 9/11(1368 en 1373). Analyse van deze resoluties laat echter zien dat deze nergens duidelijk maken dat er het recht wordt gegeven op het gebruik van geweld. In resolutie 1368 wordt er gesproken over “de paraatheid om alle noodzakelijke maatregelen te nemen om te reageren op de aanvallen van 9/11, en om alle vormen van terrorisme tegen te gaan, dit in overeenstemming met de verantwoordelijkheden onder het handvest van de VN”. Toen het werkelijk aankwam op het beschrijven van de te nemen “noodzakelijke maatregelen” in resolutie 1373, werd er niet gesproken over het gebruik van geweld, maar over het bevriezen van terroristische gelden; het criminaliseren van het financieren en steunen van terroristen; de uitwisseling van informatie omtrent terroristen; het moeilijker maken voor terroristen om zich vrij te bewegen door strengere grenscontroles; en het opsporen en berechten van terroristen. Ook wordt er nergens in beide resoluties duidelijk of de VS het recht heeft op zelfverdediging. Weliswaar wordt het “inherente recht op individuele of collectieve zelfverdediging” herbevestigd — of deze van toepassing is op de inval van Afghanistan wordt nergens vermeld.
We dienen dus te bekijken of er aan de hand van het VN handvest gesproken kan worden van zelfverdediging. Zelfverdediging is de enige uitzondering waarin een staat zonder de expliciete toestemming van de Veiligheidsraad geweld mag gebruiken. Dit recht vinden we in artikel 51: “Niets in dit Handvest doet afbreuk aan het inherente recht tot individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval tegen een lid van de Verenigde Naties, dit totdat de Veiligheidsraad de maatregelen heeft genomen die nodig zijn om de internationale vrede en veiligheid te handhaven. De maatregelen die door leden in de uitoefening van dit recht tot zelfverdediging worden genomen moeten onmiddellijk worden gemeld aan de Veiligheidsraad en mogen op geen enkele wijze afbreuk doen aan het gezag en de verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad om krachtens het Handvest elk moment de maatregelen te nemen die het noodzakelijk acht om de internationale vrede en veiligheid te handhaven of te herstellen.” Men moet deze woorden interpreteren in de context van het doel van het VN handvest. Dit doel vinden we aan het begin van het handvest, “Wij de volkeren van de Verenigde Naties hebben besloten om de komende generaties te redden van de gesel van de oorlog, die tweemaal in ons leven onnoemelijk leed heeft gebracht over de mensheid.” Het doel van het internationaal recht is dan ook om ons te ontdoen van oorlogen, niet om deze te beginnen, de teksten dienen dan ook geïnterpreteerd te worden in het licht van deze toewijding.
Zelfverdediging wordt dan ook op een strikte wijze geïnterpreteerd. Landen moeten eerst ongewelddadige opties overwegen, zelfs tegen illegale en verschrikkelijke aanvallen.
Deze strikte interpretatie van het recht op zelfverdediging werd als eerste geopperd door Daniel Webster, minister van buitenlandse zaken van de VS in 1837, die zelfverdediging definieerde, “Er moet een noodzaak van zelfverdediging zijn — onmiddellijk, overweldigend, waardoor er geen keuze is in de middelen en geen moment van beraadslaging. [De wijze van zelfverdediging moet] niet onredelijk of buitensporig zijn; [het gebruik van geweld], gerechtvaardigd door de noodzaak van zelfverdediging, moet zich beperken tot deze noodzaak en zich duidelijk binnen dit kader bewegen.”
Deze strikte interpretatie van zelfverdediging verbiedt zowel het gebruik van geweld uit wraak, alsook het gebruik van geweld uit “anticiperende zelfverdediging”. Dit om zoals beschreven in het VN handvest, de kansen op “internationale vrede en veiligheid” te maximaliseren en er voor te zorgen dat incidenten en conflicten niet uitmonden in een oorlog waarbij nog meer slachtoffers zullen vallen.
Een aantal criteria dienen dus in acht genomen te worden, mocht het recht op zelfverdediging van toepassing zijn.
a) Waren vreedzame maatregelen uitgeput?
b) Was er sprake van “noodzaak” en “geen moment van beraadslaging” mogelijk?
c) Was de aanval niet “onredelijk of buitensporig”; beperkte de aanval zich tot de “noodzaak” van de zelfverdediging (ofwel, volgende terroristische aanvallen tegenhouden)?[*]

Het doel van de invasie en haar legitimiteit:

Op 20 september 2001 eiste president Bush van de Taliban dat deze; Al-Quaida leiders in Afghanistan zou overleveren; alle gevangengenomen buitenlanders zou vrijlaten; de veiligheid van journalisten, diplomaten en hulpverleners zou garanderen; terroristische trainingskampen in Afghanistan zou sluiten; en de VS complete toegang tot deze kampen zou verschaffen.(( Transcript of President Bush’s adress, CNN 20 september 2001 ))[1] Op 28 oktober, nadat de invasie al in volle gang was veranderden de oorlogsdoelen. De Britse Admiraal Boyce verklaarde dat “de pressie zal doorgaan totdat de bevolking van Afghanistan zelf erkent dat ze haar leiderschap moet veranderen.”[2] Er waren uiteindelijk dus twee duidelijke doeleinden, regime change (ofwel het afzetten van de Taliban) en het vernietigen van de ‘terroristen’.
In het internationaal recht is regime change als doel van een invasie absoluut verboden. Artikel 2(4) van het VN handvest verbiedt expliciet het gebruik van geweld tegen de “territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van elke staat.”
Maar, is het niet zo dat de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog ook regime change verwezenlijkten en was dit dan ook illegitiem? Het antwoord op deze vraag ligt opnieuw in de voorgenoemde criteria besloten. Beperkten alle elementen van de aanval van de geallieerden zich tot de “noodzaak” om Nazi-Duitsland en Japan te stoppen in hun agressie? Het antwoord is niet eenvoudig, de bombardementen van Hiroshima, Nagasaki en Dresden kunnen op zijn minst controversieel genoemd worden. Wel duidelijk moet zijn dat het voortbestaan van het Nazi regime alsook het imperialistische Japanse regime onmogelijk was geweest en algemeen wordt dan ook aangenomen dat er een “noodzaak” bestond om het regime te verwijderen.
Dit voorbeeld is echter geenszins van toepassing op de situatie in Afghanistan voor redenen die ik in de komende secties zal proberen te verhelderen. Voor dit moment is het genoeg om duidelijkheid te scheppen over de initiële situatie waarin regime change altijd illegaal is — tenzij het noodzakelijk is voor de zelfverdediging of wanneer het geautoriseerd is door de Veiligheidsraad. Een oorlog die enkel regime change als doel heeft zonder enige juridische basis is wat men noemt een “aanvalsoorlog”, “de hoogste internationale misdaad die enkel verschilt van andere oorlogsmisdaden in dat het in zichzelf het geaccumuleerde kwaad dat volgt draagt,” in de woorden van het Neurenberg tribunaal.[3]
Op 5 oktober presenteerde Blair een document waarin hij bewijsmateriaal publiceerde wat ervoor zou zorgen dat er “absoluut geen twijfel meer kan bestaan” over de verantwoordelijkheid van Bin Laden voor 9/11. Het bewijsmateriaal dat werd gepresenteerd was uiterst summier, de serieuzere pers gaf het dan ook weinig aandacht. De Wall Street Journal beschreef de documenten als “meer een lijst van aantijgingen dan gedetailleerd bewijsmateriaal” en citeerde vervolgens een hooggeplaatste beleidsmaker in Washington die aangaf dat “de strafrechtelijke zaak irrelevant is. Het plan is om Bin Laden en zijn organisatie te vernietigen.”[4]
Aannemelijk is dat er simpelweg geen bewijs bestond van de betrokkenheid van Bin Laden rond deze tijd. Acht maanden later getuigde Robert Mueller, directeur van de FBI, in de senaat in wat werd beschreven als “zijn meest gedetailleerde publieke verklaring over de oorsprong van de aanval,” hij verklaarde dat “FBI onderzoekers geloven dat het 9/11 plan [..] kwam van leiders van Al-quaida in Afghanistan” en “wij denken dat de planners van de aanval [in Afghanistan zijn].”[5] Kortom, ondanks een uiterst sterke prima facie zaak, was er zelfs na 8 maanden van extreem intensief onderzoek niet meer dan een geloof in de actieve betrokkenheid van Bin Laden. Acht maanden hiervoor was er na nog minder informatie beschikbaar.
“Van wat we weten over de leefomgeving van Bin Laden en de condities waaronder hij opereert, is het goed mogelijk dat hij niet persoonlijk betrokken was bij de planning en uitvoering van de aanvallen – maar dat hij een inspiratie was, de CEO van een holding,” zo schreef Arundhati Roy al op 29 september 2001.[6] Dit zou goed mogelijk zijn, Robert Fisk, de enige westerse journalist die Bin Laden heeft geïnterviewd, schetst een beeld van Bin Laden als een geïsoleerde man, vrijwel afgesloten van de buitenwereld.[7] Het is moeilijk voor te stellen dat een man met een nierafwijking in een grot in Afghanistan waar hij nog geen krant kan ontvangen erg nauw betrokken kan zijn geweest in zo’n nauwkeurige en gesofistikeerde aanval.
Verder kwamen geen van de kapers uit Afghanistan, de training voor de aanslag vond plaats in Duitsland en de Verenigde Staten en het geld kwam grotendeels uit Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten.[8] De keuze voor Afghanistan als doelwit was dus niet zo vanzelfsprekend als vaak gesuggereerd. Waarom geen bombardementen op Hamburg, de plek waar de harde kern van de kapers studeerden en de aanval planden? Waarom geen bombardementen op Saudi-Arabië of de VEA waar de financiering vandaan kwam?
Laten we desondanks aannemen dat Bin Laden verantwoordelijk was voor 9/11 (zoals hij zelf maanden later ook beweerde). We komen nu op de drie criteria die dienen te worden voldaan.

Vreedzame maatregelen:

Er waren ondanks de uitspraak van de anonieme beleidsmaker in Washington mensen die verouderde concepten als “de strafrechtelijke zaak” wel belangrijk vonden. Zo blijkbaar ook de Taliban. Er waren al een week na de aanslagen indicaties dat de Taliban bereidt waren om Bin Laden uit te leveren, op 19 september verklaarde een Taliban minister dat, “Iedereen die verantwoordelijk is voor deze aanval, Osama of niet, wij zullen niet aan hun kant staan. Wij hebben [de Pakistaanse delegatie] gevraagd om bewijs van [Bin Laden] zijn betrokkenheid, want hoe kunnen we hem zonder bewijs opgeven?”[9] Gevolgd door de leider van de Taliban Mohammed Omar, die aangaf dat hij “Amerika had gevraagd, als het enig bewijsmateriaal heeft, zulks aan het Afghaans hooggerechtshof te geven, of de zaak voor te leggen aan de geestelijke leiders van drie willekeurige Islamitische landen, of in te stemmen met de overdracht van Osama aan de Islamitische conferentie (van 52 Islamitische landen). Maar deze voorstellen zijn allemaal afgewezen.”[10]
Op 4 oktober boden de Taliban aan om Bin Laden over te leveren aan Pakistan, waar hij onder huisarrest in Peshawar zou zitten en bewijs van zijn betrokkenheid zou worden gepresenteerd aan een internationaal tribunaal. Uiteindelijk gingen deze voorstellen niet door omdat de Pakistaanse president Musharaf “de veiligheid van Bin Laden niet kon garanderen”.[11] Op 17 oktober met de bombardementen in volle gang, werd er uiteindelijk door de Taliban minister van Buitenlandse Zaken, aangeboden om Bin Laden zonder bewijs over te leveren aan een derde land mits de bombardementen gestopt zouden worden.[12] Een week later werden de oorlogsdoelen verandert en was regime change een doel geworden. Aannemelijk is dat de VS haar veto uitsprak over deze voorstellen, zo vertelde een anonieme Amerikaanse beleidsmaker dat “door het stellen van te kleine doeleinden er een risico ontstond dat de internationale inspanning prematuur in elkaar zou storten, mocht Bin Laden toevalligerwijs gevangen worden genomen.”[13] Later in een interview in april 2002 zette het hoofd van het Amerikaanse leger deze woorden nog eens kracht bij door te stellen dat “het doel nooit de gevangenneming van Bin Laden is geweest.”[14]
Bush bestempelde al deze voorstellen van de Taliban indertijd dan ook als “ononderhandelbaar” en gaf aan dat “er geen enkele reden is om te gaan discussiëren over schuld of geen schuld” want “wij weten dat hij schuldig is.” “Als ze willen dat wij onze militaire operatie staken dan moeten ze gewoon voldoen aan de condities die ik heb gesteld. En wanneer ik zeg geen onderhandelingen, dan bedoel ik ook geen onderhandelingen.”[15]
Los over wat men persoonlijk kan vinden van de positie van Bush, is dit uiteraard verre van een poging om de “internationale geschillen” op te lossen op “vreedzame wijze” zoals beschreven in artikel 2 van het VN handvest.
We weten niet of de Taliban werkelijk van plan waren Bin laden uit te leveren. Dit is echter ook niet van belang in deze discussie. Feit is, dat er geen enkele poging is gedaan om op een “vreedzame wijze” het conflict te beslechten, ondanks de alom tentoongespreide veronderstelling dat dit wel het geval is. “Ik breng hulde aan het staatsmanschap van president Bush, die het geduld had om te wachten,” zo complimenteerde Blair zijn vriend uit Texas in de House of Commons; “toen het duidelijk werd dat het Al-Quaida netwerk de aanvallen had gepland en uitgevoerd, wilden we de Taliban de tijd geven om te beslissen over hun eigen positie: zouden ze Bin Laden beschermen of hem overleveren? Het was uit eerlijkheid dat hen de tijd werd gegeven om op het ultimatum te reageren. Maar het is nu duidelijk dat zij hebben gekozen voor de kant van de terroristen.”[16] Als het zo “duidelijk” was dat de aanvallen door Bin Laden waren “gepland en uitgevoerd”, waarom dan niet het onkarakteristiek redelijke aanbod van de Taliban aannemen (bewijs dan uitlevering)?
Noodzaak en terrorisme als oorlogsdaad:

Was het noodzakelijk (zoals gedefinieerd door Daniel Webster) voor de veiligheid van de VS om Afghanistan binnen te vallen? Hiervoor is het eerst nodig om een duidelijk beeld te scheppen van wat de dreiging was die uitging van Afghanistan als staat.
Direct na de aanslagen van 9/11 beschreef Bush de aanslagen als “terroristische acties” . Kort daarna werd de retoriek verandert en de aanslagen werden beschreven als “een oorlogsdaad”. “Een oorlogsdaad” heeft andere legale implicaties dan een “terroristische aanval”. Tot dan toe was een “oorlogsdaad” gedefinieerd als een actie van een staat tegen een andere staat, niet van een groep individuen tegen een staat.[17] Er dient dus een link aangetoond te worden tussen de regering van Afghanistan en de aanslagen van 9/11 mochten de aanslagen kwalificeren als een “oorlogsdaad”. Deze link was voor zover bekend niet bestaand. Sterker nog, de relaties tussen de Taliban en Al-Quaida waren uiterst koel geweest tot de bombardementen van Clinton op Afghanistan en Sudan in 1998. Voor die tijd waren er ‘gematigde’ elementen binnen de Taliban die lobbyde om Bin Laden het land uit te werken, na de bombardementen verdwenen deze ‘gematigde’ elementen, radicaliseerde de Taliban nog verder en werd Al-Quaida vrije toegang gegeven.[18] De enige link die aangetoond kon worden tussen de Taliban en 9/11 was de link die Bush onmiddellijk beschreef en gaf als basis voor de oorlog. “Wij zullen geen onderscheid maken tussen de terroristen die deze aanval uitvoerden en zij die hen toestaan in hun land te verblijven.” [19]
Een simpele opsomming van de implicaties van deze doctrine als deze serieus wordt genomen zou genoeg moeten zijn om deze te ontkrachten. We dienen hier wel te accepteren dat de principes die we toepassen op onze ‘vijanden’ ook dienen te worden nageleefd door onszelf, het principe van universaliteit.
De context waarin Daniel Webster in 1837 zijn algemeen geaccepteerde definitie van wat zelfverdediging behelst gaf, is vrij toepasbaar op de situatie na 9/11. Hij gaf deze definitie na een aanval van de Britten op een Amerikaans schip in een Amerikaanse haven. Dit Amerikaanse schip was gebruikt door Amerikaanse ‘vrijwilligers (of ‘terroristen’) om Canadese rebellen te helpen in hun strijd voor onafhankelijkheid van Brits imperialisme, dit terwijl de VS officieel neutraal was in dit conflict. De Britten claimden dan ook dat de aanval uit zelfverdediging was ondernomen. Na een aantal brieven over en weer werd het conflict opgelost in het voordeel van de Amerikanen, de Britten accepteerden de strikte definitie van zelfverdediging die Daniel Webster gaf.
De voorheen algemeen geaccepteerde definitie van zelfverdediging maakt dus wel degelijk een “onderscheid” tussen “de terroristen en zij die hen toestaan in hun land te verblijven”, zoals de context van de definitie laat zien.
Maar actuelere analogieën zijn nog waardevoller.
Op 30 september 2001 riep president Aristide van Haïti de VS op om Emmanuel Constant uit te leveren aan Haïti. Dit was niet de eerste keer dat Aristide had opgeroepen om deze voormalige doodseskader leider uit te leveren. Al sinds 1994 was er een opsporingsbevel uitgegeven tegen Constant. In november 2000 werd Constant bij verstek veroordeelt in Haïti voor zijn betrokkenheid bij een bloedbad in de wijk Raboteau.
Emmanuel Constant was de oprichter van de FRAPH. Deze paramilitaire beweging/doodseskader verkreeg prominentie in de periode na de militaire coup in 1991. In deze periode van 1991 tot 1994 werden er tienduizenden Haïtianen gemarteld en vermoord door het leger en de paramilitairen van Constant.[20]
De VS weigert al jaren om deze terrorist uit te leveren. In februari 1995 werd bekend dat Constant was gevlucht naar New York en er ontstond druk op Washington om actie te ondernemen. Constant werd gearresteerd en na een rechtszaak werd er in september 1995 geoordeeld dat hij gedeporteerd diende te worden. In juni 1996 liep Constant echter al weer vrij rond in New York. Dit omdat het terugsturen van Constant naar Haïti “een onwelkome belasting van Haïti’s juridisch en strafrechtelijke systeem is” en dat de immigratiedienst Constant pas zou terugsturen als het “advies van buitenlandse zaken had verkregen wat zou aantonen dat Haïti’s juridisch en strafrechtelijk systeem voldoende is ontwikkeld om met een zaak van dit formaat om te gaan.”[21] Toen in november 2000 het Haïtiaanse juridisch systeem in staat bleek te zijn om niet alleen Constant maar ook diverse andere leiders van de FRAPH te berechten, was de reactie veelzeggend. Tot op de dag van vandaag is Emmanuel Constant nog niet uitgeleverd. Terwijl de Haïtianen die proberen hun vernietigde land te ontvluchten worden teruggestuurd (ook tijdens de aarbeving), blijkt het te lastig om een veroordeelde terrorist terug te sturen naar zijn land van herkomst.[22]
Een verklaring voor dit enigszins bizarre gedrag van de leider van de vrije wereld werd door Constant zelf gegeven in een interview in december 1995, een maand nadat er was geoordeeld dat hij gedeporteerd diende te worden. Hij verklaarde dat hij tijdens de periode van extreme staatsterreur in Haïti betaalt werd door de CIA. “Ik voel me [nu] als de mooie vrouw waar iedereen s’nachts mee naar bed wilt, maar niet overdag […] Ik wil dat iedereen weet dat we aan het daten zijn,” zo sprak hij metaforisch en ietwat minder metaforisch “als ik schuldig ben dan is de CIA ook schuldig”.[23] Hij zette zijn intentie om de details van zijn relatie met de CIA publiekelijk te maken kracht bij door Janet Reno(de procureur-generaal) en Warren Christopher(minister van buitenlandse zaken) aan te klagen vanwege onrechtmatige gevangenneming. Dat dit tot een zekere nervositeit leed bij de Amerikaanse beleidsmakers was begrijpelijk, het zou het humanitaire imago met betrekking tot Haïti (dat zojuist was ontdaan van haar militaire regime door de VS) niet helpen wanneer zou blijken dat één van de grootste moordenaars in Haïti werd betaalt door de CIA.
Omdat we hier spreken van relatief recente geschiedenis, zijn de interne documenten nog niet vrijgegeven. Door de Freedom of Information act is er enkel de voorkant van een memo vrijgegeven getiteld “Emmanuel Constant, de opties.” In dit document werden hooggeplaatste functionarissen in de Clinton regering alsmede de CIA geconsulteerd. De inhoud van het memo blijft onbekend doordat deze nog altijd staatsgeheim is.
De VS heeft ook in 1994 160.000 documenten van de FRAPH en het leger in beslag genomen en weigerde deze terug te geven aan de Haïtiaanse regering. Onder druk van mensenrechtenorganisaties en de Haïtiaanse regering werd de VS gedwongen om de documenten toch over te leveren, echter stelde Madeleine Albright hier de voorwaarde aan dat namen van Amerikaanse burgers werden verwijderd uit de documenten. Volgens Human Rights Watch een poging om “beschamende onthullingen te vermijden.”[24]
Na het voorgenoemde memorandum werd er uiteindelijk besloten Constant vrij te laten. Dit omdat de VS volgens eigen zeggen een complot had ontdekt om Constant te vermoorden wanneer hij teruggestuurd zou worden.[†] Terugkijkend vertelde Benedict Ferro, het hoofd van de immigratiedienst in Baltimore, aan het maandblad The Atlantic dat “[hooggeplaatse functionarissen] uit alle hoeken en gaten te voorschijn kwamen toen [Constant] begon te praten,”; “ik snap tot op de dag van vandaag niet waarom hij niet aan het wegrotten is in een Amerikaanse gevangenis […] Hij werd gewoon anders behandelt dan welke moordenaar of terrorist ook.”[25]
Men kan zich afvragen, of Haïti nu het recht zou hebben om New York te bombarderen omdat de VS weigert een veroordeelde terrorist uit te leveren. Een principiële voorstander van de Afghanistan-doctrine zou deze vraag bevestigend moeten beantwoorden.
Verder is het enige land dat ooit veroordeelt is voor internationaal terrorisme door het internationaal gerechtshof, de VS zelf. In 1986 werd de VS door Nicaragua voor het internationaal gerechtshof gedaagd vanwege de steun die het land gaf aan terroristische groeperingen die Nicaragua aanvielen. Het Internationaal Gerechtshof stelde Nicaragua in het gelijk en veroordeelde de VS voor het “illegaal gebruik van geweld” (wat op zijn minst internationaal terrorisme als niet een aanvalsoorlog betekent) en droeg de VS op om reparaties te betalen en onmiddellijk te stoppen met de aanval.[26] Minister van buitenlandse zaken George P. Shultz reageerde door diegene te veroordelen die “utopische, legalistische methodes zoals onderhandelingen, de Verenigde Naties en het Internationaal Gerechtshof” voorstaan, dit “terwijl deze het machtselement negeren”.[27] De VS verwierp dan ook het oordeel van het internationaal gerechtshof, escaleerde de aanval door haar proxy leger op te dragen achter “zachte doelwitten”(scholen, ziekenhuizen, landbouw coöperaties etc.) aan te gaan en stemde tegen een resolutie in de algemene vergadering van de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad die alle staten opriep om zich aan het internationaal recht te houden.
Om de context aan te geven – dit was op het hoogtepunt van Reagan zijn “war on terror”, die met dezelfde retoriek verkondigde dat er een einde gemaakt zou worden aan de “kwade gesel van het terrorisme”, “een plaag verspreidt door verdorven tegenstanders van de beschaving zelve”; “een terugkeer naar barbarisme in het moderne tijdperk.”[28] Deze plaag werd bestreden door het meest grootschalige terreurnetwerk op te zetten dat spande over de gehele wereld. Wie wij nu ‘terroristen’ noemen, zijn dikwijls dezelfde mensen die Reagan steunde in zijn eerste poging om “een terugkeer naar [het] barbarisme” tegen te gaan.[29] Twintig jaar later werd de nieuwe “war on terror” herverklaard met dezelfde retoriek en door praktisch dezelfde mensen en met vrijwel dezelfde consequenties.
George Orwell schreef ooit eens dat “politiek taalgebruik is verzonnen om leugens als waarheid te laten klinken, om moord respectabel te maken en om de schijn van degelijkheid te geven aan pure lucht.”[30]
Een concept als ‘war on terror’ zou Orwell waarschijnlijk als schokkend hebben ervaren.

Conclusie:

Ik concludeer dat het Westen zelf de invasie van Afghanistan niet legitiem kunnen achten, omdat we de implicaties van de doctrine niet kunnen accepteren. Dat is, een oneenzijdige interpretatie van de doctrine waarin Haïti het recht zou hebben de VS te bombarderen.
Het punt is elementair en wordt verder ook erkent door de meerderheid van de wereldbevolking. In een peiling van Gallup eind september 2001, werd gevraagd of de VS wanneer het de daders had geïdentificeerd zou moeten vragen om uitlevering om de daders te berechten of dat het land waar de terroristen zich schuilhouden aangevallen diende te worden. In Europa bleek men het eens te zijn met het internationaal recht, oppositie tegen militaire acties varieerden van 64% in Tjechië en 88% in Griekenland. In Zuid-Amerika waar men zich misschien nog Reagan’s eerste ‘war on terror’ kan herinneren was de oppositie nog groter, van 94% in Mexico tot 85% in het VS gezinde Colombia. Slechts in de VS, Israël en India was er steun voor militaire acties. Als de VS toch geweld zou gebruiken dan wou de overgrote meerderheid dat enkel militaire doelen aangevallen zouden worden zoals ook beschreven in het internationaal recht. [31]
Wat we dus verwachten van staten in een situatie waarin ze het slachtoffer zijn van een terroristische aanval is wat Nicaragua deed. Identificeer de daders, vraag om uitlevering en berecht de schuldigen. In Nicaragua’s geval werd rechtvaardigheid hen niet gegund omdat zoals de Griekse historicus Thuycidides 2400 jaar geleden al verzuchtte, “de machtige staten doen wat ze willen terwijl de zwakkeren ondergaan wat ze moeten.”[32] Voor de VS waren er in tegenstelling tot Nicaragua opties in overvloed. De VS en de ‘coalition of the willing’ prefereerden echter machtsvertoon en geweld boven de legale maatregelen die vele mensenlevens hadden kunnen sparen.


[*]Deze laatste voorwaarde gaat alleen op wanneer de eerste twee zijn voldaan. Gezien het feit dat het mij moeilijk vol te houden lijkt dat de eerste twee voorwaarden voldaan zijn, zal ik deze laatste vraag niet behandelen in dit hoofdstuk, ik zal in een volgende hoofdstuk wel een overzicht geven van de mensenrechtensituatie die van toepassing zou kunnen zijn.

[†] Opmerkelijk is dat de dreiging van geweld wanneer een immigrant zou worden teruggestuurd geen factor was in de jaren 1991-1994, toen Bush en Clinton in overtreding van artikel 14 van de rechten van de mens Haïtianen terugstuurden naar hun land dat werd geplaagd door doodseskaders en een repressieve regering.


[1] Transcript of President Bush’s adress, CNN 20 september 2001 http://archives.cnn.com/2001/US/09/20/gen.bush.transcript/

[2] Michael R. Gordon, Allies prepare for long figh in Taliban dig-in, NYT 28 oktober 2001 http://www.nytimes.com/2001/10/28/international/asia/28STRA.html?pagewanted=all

[3] Bruce Broomhall, International Justice and the International Criminal Court (Oxford University Press 2003) pg. 46

[4] Marc Champion, Wall Street Journal 5 oktober 2001

[5] Walter Pincus, “Mueller Outlines Origin, Funding of Sept 11 Plot,”, Washington Post 6 juni 2002

[6] Arundhati Roy, The Algebra of Infinite Justice, The Guardian 29 september 2001

[7] Robert Fisk, The Great War for Civilization hf. 1
Op een gegeven moment ontdekt Bin Laden bijvoorbeeld dat Robert Fisk een Arabische krant bij zich heeft en hij begint deze enthousiast te lezen. Het bleek dat Bin Laden compleet geen weet had van de actualiteiten in de Arabische wereld.

[8] 9/11 Commission Report; pg. 169-173
http://www.9-11commission.gov/report/911Report.pdf

[9] Peter Popham en Andre Buncombe, Taliban: This is a holy war, 19 september 2001

[10] Talibaan: “Osama zat er niet achter”, NRC 19 september 2001

[11] Patrick Bishop, Pakistan blocks Bin Laden Trial, The Daily Telegraph 4 oktober 2001 http://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/asia/afghanistan/1358464/Pakistan-blocks-bin-Laden-trial.html

[12] Rory Mccarthy, New offer on Bin Laden, The Guardian 17 oktober 2001 http://www.guardian.co.uk/world/2001/oct/17/afghanistan.terrorism11

[13] John Pilger, This war of lies goes on, 16 november 2001
http://www.johnpilger.com/page.asp?partid=361

[14] Evans et al. , Interview with general Richard Myers, CNN 6 april 2002 http://transcripts.cnn.com/TRANSCRIPTS/0204/06/en.00.html

[15] Bush wijst aanbod van Taliban af, NRC 15 oktober 2001

[16] Coalition against Terrorism, House of Commons 8 oktober 2001 http://www.publications.parliament.uk/pa/cm200102/cmhansrd/vo011008/debtext/11008-01.htm

[17] Zie US Legal definitions: http://definitions.uslegal.com/a/act-of-war/

[18] Ed Warner, Could the Taleban have helped the US against Al-Quaida?, Voice of America 7 augustus 2002 http://www.globalissues.org/article/372/could-the-taleban-have-helped-the-us-against-al-qaida

[19] Statement by the President in his Adress to the Nation, 11 september 2001

[20] Zie o.a. Americas Watch en National Coalition for Haitian Refugees, Silencing a people: The Destruction of Civil Society in Haiti; Return to the Darkest days: Human Rights in Haiti since the coup; Terror Prevails in Haiti: Human Rights Violations and Failed Diplomacy

[21] Human Rights Watch, Letter to Attorney General Janet Reno and Secretary Madeleine Albright, 30 november 2000 http://www.hrw.org/en/news/2000/11/30/letter-attorney-general-janet-reno-and-secretary-madeleine-albright

[22] Richard Fausset, U.S. to change Haitian immigrants’ status, Los Angeles Times 16 januari 2010 http://articles.latimes.com/2010/jan/16/nation/la-na-haiti-refugee16-2010jan16

[23] Ed Bradley, 60 Minutes, CBS News 3 december 1995

[24] HRW, Human Rights Watch World Report 1998 pg. xxxii

[25] David Grann, Giving “The Devil” His Due, The Atlantic juni 2001 http://www.theatlantic.com/past/docs/issues/2001/06/grann.htm

[26] ICJ, Militairy and Paramilitairy Activities in and against Nicaragua (Nicaragua vs. United States of America), http://www.icj-cij.org/docket/index.php?p1=3&p2=3&k=66&case=70&code=nus&p3=3

[27] George P. Shultz, "Moral Principles and Strategic Interests," U.S. Department of State, Current Policy No. 820, speech of April 14, 1986

[28] Bernard Weinraub, Israeli Extends ‘Hand of Peace’ to Jordanians, NYT 18 oktober 1985; George Shultz, State Department, Current Policy, no. 589 (24 juni 1984) en no. 629(25 oktober 1984)

[29] Voor een gedetailleerde bespreking van dit terreurnetwerk zie: Edward S. Herman, The Real Terror Network (South End Press 1985)

[30] George Orwell, Politics and the English Language
http://www.mtholyoke.edu/acad/intrel/orwell46.htm

[31] Gallup International, ‘Gallup International Poll on terrorism in the US’, 25 september 2001

[32] Thucydides, The History of the Pelleponesian War, Boek 5, pg 89

11 Responses to “Afghanistan en internationaal recht:”

  1. […] Afghanistan en internationaal recht: […]

  2. s.bosgra zegt:

    Geachte heer Jesse,

    De komende weken zal worden beslist of Nederland zal buigen voor de druk van de Amerikanen en de NATO om opnieuw een missie naar Afghanistan te sturen. Er wordt daarbij gesproken over 500 tot 600 militairen. Maar de oorlog in Afghanistan is niet te winnen: de taliban wordt de laatste jaren sterker in plaats van zwakker. Heeft het nog zin door te gaan met vechten met het risico van nog meer Nederlandse slachtoffers ? Heeft Nederland niet genoeg gedaan ?

    Daarbij wordt door de regering voorgewend dat het geen oorlogsmissie zou zijn maar een opbouwmissie die de Afghaanse politie (en militairen) moet opleiden en die (grotendeels ?) gefinancierd wordt uit de fondsen voor ontwikkelingssamenwerking. In de Nederlandse berichtgeving over de geplande missie komen een aantal verontrustende aspecten die betrekking hebben op elementaire mensenrechten niet naar voren. Zie onderstaande tekst en de uitvoerige bijlage.

    Volgens een recente opiniepeiling is slecht een derde van de Nederlandse bevolking voorstander van de geplande nieuwe missie naar Afghanistan. Bijna tweederde van de ondervraagden gelooft niet dat de militairen alleen maar meegaan om de trainers te beschermen, maar denkt dat ze ook anders zullen worden ingezet. Wij hopen dat U zich tegen deze nieuwe Afghanistan-missie keert.

    Namens een brede initiatiefgroep,

    Sietse Bosgra
    (voorheen actief voor de Nederlandse steun aan de anti-apartheidsstrijd in Zuid-Afrika)

    Geen militairen en NAVO-trainers naar Afghanistan

    Sinds Nederland besloot haar troepen uit Uruzgan terug te trekken dringen de Amerikanen en de NAVO er bij Nederland met klem op aan militairen te leveren om de Afghaanse politie te trainen. Het klinkt ongeloofwaardig, de militaire NAVO wil politie trainen ? Jazeker, maar die politie van de NAVO heeft niets te maken met de politie zoals wij die kennen. Het gaat om oorlogs-politie, of zoals de Amerikanen zeggen “little soldiers”: Afghaanse analfabete jongens die het gevecht aan moeten gaan met de zwaar-bewapende Taliban eenheden of op geïsoleerde posten in omstreden gebieden worden geplaatst.

    De Europese NAVO-landen zijn van het begin van de oorlog kritisch over de militaristische aanpak van de Amerikanen. In tegenstelling tot het Afghaanse leger beschikt deze goedkope oorlogs-politie niet over gepantserde voertuigen. De para-militairen hebben vaak geen helmen en kogelvrije vesten. Als ze op hun geïsoleerde posten worden aangevallen hebben ze geen verbindingsapparatuur om hulp van het leger te vragen. Het gevolg is dat het aantal “little soldiers” dat gedood wordt drie maal zo groot is als het aantal gesneuvelde Afghaanse soldaten..

    Obama zet echter in op nog meer oorlogspolitie. Op de begroting voor 2011 heeft hij zelfs meer geld voor deze politie gereserveerd dan voor het Afghaanse leger. Hij wil het aantal “little soldiers”in een jaar tijd opvoeren van 100.000 naar 134.000. Om dat mogelijk te maken bracht Obama tot afschuw van de Europeanen de opleidingstijd van zijn “little soldiers” terug van acht naar zes weken. Desondanks heeft hij 2.000 extra trainers nodig. Dat verklaart waarom de Amerikanen en de NAVO zoveel druk op Nederland uitoefenen om trainers te leveren.

    D66 en Groenlinks hadden in maart bij de Tweede Kamer een voorstel ingediend om de civiele politie in Afghanistan op te leiden. Maar al tijdens besprekingen over dit onderwerp in de Tweede Kamer (30 juni 2010) verklaarde minister Verhagen al graag met de NAVO samen te werken. Minister van defensie Van Middelkoop verklaarde het “leidend” te vinden wat de NAVO vraagt. Maar er is in de Kamer alleen een meerderheid voor dit plan als de PvdA, D66 als Groenlinks voorstemmen.

    Indien U zich verder in deze kwestie wilt verdiepen verwijs ik naar de bijlage met uitvoerige documentatie en voetnoten.

    1) Amerika bepaalt het oorlogsbeleid

    De oorlog in Afghanistan wordt vanaf het begin geteisterd door ernstige “trans-atlantic differences” tussen Washington en de Europese landen. In theorie is het een gezamenlijke strijd, maar Amerika bepaalt de marsroute. De Europeanen denken vooral in termen van “stabilization and reconstruction”; zij wijzen vanaf het begin de eenzijdige militaristische aanpak van de Amerikanen af. Door deze controverse was de gezamenlijke (Amerikaans-Europese) NAVO-missie in Afghanistan ISAF jarenlang intern verdeeld. Toen president Bush in 2005 voorstelde ISAF en de Amerikaanse militaire Operation Enduring Freedom (OEF) in éen organisatie samen te voegen om tezamen counter-insurgency operaties uit te voeren werd het project door Duitsland, Engeland, Frankrijk en andere Europese landen geblokkeerd. Zij wilden de ISAF handhaven als een aparte “stabilisatie macht” die zich inzet voor vredeshandhaving en wederopbouw. Bovendien weigerden ze in te gaan op de Amerikaanse eis dat ook ISAF de papaver-velden zou vernietigen.
    Maar het Europese verzet werd gebroken toen in 2007 de Britse generaal Richards1 het commando over ISAF overdroeg aan de Amerikaanse generaal McNeill. Sinds dat ogenblik volgt ISAF de Amerikaanse lijn. McNeill begon onmiddellijk ISAF conform de Amerikaanse opvattingen om te bouwen. Zo werd de afdeling voorlichting van ISAF samengevoegd met “Psy-Ops”, de afdeling oorlogs-propaganda. De Europese landen protesteerden, Duitsland dreigde zich uit de voorlichting terug te trekken, maar de generaal weigerde op zijn besluit terug te komen.. Het jaar daarop ging ISAF definitief voor de Amerikaanse druk door de knieën: voor het eerst werden haar activiteiten niet langer omschreven als “stability operations” maar als “counter-insurgency operations”.2

    2) De opleiding van de Afghaanse politie

    Ook bij de opleiding en inzet van de Afghaanse politie is er sprake van een botsing tussen Europa en Washington, en ook hier moesten de Europese opvattingen voor de Amerikaanse wijken. Bij het begin van de Amerikaanse invasie werd afgesproken dat de Amerikanen in Afghanistan het nieuwe Afghaanse leger op zouden leiden, terwijl de Europeanen (eerst Duitsland, later de EU) verantwoordelijk werden voor de opbouw van de nieuwe Afghaanse politiemacht. Op de politie-academie in Kaboel werd in 2002 gestart met een drie-jarige opleiding van de civiele politie. De Amerikanen begonnen echter in 2003 met de massale training van een eigen politiemacht die ze als verlengstuk van het leger bij de oorlogvoering wilden inzetten. Tienduizenden Afghaanse jongeren werden aanvankelijk enkele dagen, later enkele weken “drilled in counterinsurgency tactics that will help defeat the Taliban”. Terwijl de Europese politie-opleiding EUPOL over slechts een paar honderd politie-trainers beschikte zette Washington hiervoor duizenden militairen en mariniers in, en sinds 2004 ook de Amerikaanse private military company Dyncorp.

    Hoewel de Europese landen vanaf het begin zeer kritisch tegenover de Amerikaanse politie-inzet in de oorlog staan werden ze – ook de Nederlandse militairen- door de toegenomen Amerikaanse zeggenschap over de NAVO-missie ISAF betrokken bij het in een paar weken opleiden van de politie-strijdkrachten. Dit geldt ook voor de EUPOL, de organisatie van de Europese politie-trainers. EUPOL beperkte zich aanvankelijk uitdrukkelijk tot het opleiden van de civiele politie. Maar aan de onafhankelijkheid van EUPOL kwam in 2009 onder Obama een eind: alle politie-trainingen werden samen met alle leger-opleidingen in éen nieuwe overkoepelde NAVO-organisatie NTM-A (NATO Training Mission-Afghanistan) ondergebracht onder een Amerikaanse opperbevelhebber, generaal Caldwell. Sindsdien vallen ook de Europese politie-trainers onder “the military command structure”van de NTM-A 3 en is ook EUPOL ingeschakeld bij de opleiding van de “little soldiers”
    In het kader van de discussie over het zenden van een Nederlandse politie-missie bevestigde minister Verhagen deze nieuwe rol van EUPOL in een brief aan de Tweede Kamer (25-6-2010): “Dat de werkverdeling tussen NTM-A en EUPOL in de praktijk minder scherp is, blijkt uit recente ontwikkelingen op het gebied van training voor het lagere politiekader. Een proces van versterkte samenwerking tussen NMT-A en EUPOL is ingezet. EUPOL beschikt daarbij over specifieke politie-expertise, NTM-A heeft vooral de middelen en mankracht om op grote schaal politietraining te verzorgen.” Tijdens het daarop volgende Kamerdebat bevestigde minister Verhagen dat “EUPOL en de NAVO-trainings-missie elkaar in de onderlinge samenwerking opzoeken: het zijn geen aparte missies; ze raken meer en meer met elkaar verweven.”

    In 2009 stelde de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie in Breda een onderzoek in naar de ervaringen van de Nederlandse politie-opleiders in Afghanistan:4. Het rapport bevestigt dat er weinig is overgebleven van de aanvankelijke vreedzame opzet van de trainingen door EUPOL: “In alle opleidingen wordt relatief weinig aandacht besteed aan de relatie(s) tussen burgers en politie en komt het spanningsveld tussen mensenrechten en politiebevoegdheden nauwelijks aan de orde…..Bovendien wordt er in de verschillende opleidingen veel aandacht besteed aan ‘skills en drills’ en worden politiemensen veelal opgeleid op de AK 47 en behoort een schiet-opleiding op zwaardere wapens als een raketwerper niet tot de uitzonderingen.”
    Zoals Detlef Karioth, de hoogste politie-adviseur van de Duitse ambassade in Kaboel het zei: “In der Praxis macht EUPOL Afghanistan nichts anderes als Paramilitärs auszubilden.” 5

    Naast het inschakelen van EUPOL bij Amerikaanse opleiding van de “little soldiers” nam Obama nog een aantal andere maatregelen die alle ingaan tegen de Europese opvattingen.6

    – Obama besloot om de inzet van de para-militaire politiemacht in de oorlog nog verder op te voeren door deze versneld uit te breiden van 100.000 man nu naar 134.000 in oktober 2011. Met het oog hierop stuurde hij 4.000 extra militaire trainers naar Afghanistan.
    – Om deze versnelde uitbreiding te realiseren besloot Obama in maart 2010 om de politie-opleiding terug te brengen van acht naar zes weken. De Europese landen menen juist, dat die acht weken al veel te kort is om op een verantwoorde manier politieagenten op te leiden.
    – Obama gaat hierbij zo ver dat hij in de begroting voor 2011 zelfs meer geld uittrekt voor de politie-strijdmacht dan voor de Afghaanse leger-strijdmacht.7
    – Obama besloot in de herfst van 2009 om het State Department (het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken) te ontheffen van de verantwoordelijkheid voor de opleiding van de politie en die aan het Pentagon toe te wijzen. Dit zal volgens Newsweek leiden tot een verdere militarisering van de politie.8 En inderdaad wijzigde het Pentagon de politie-opleiding “to add more counterinsurgency skills”.9
    3) De Afghaanse politie wordt massaal ingezet in de oorlogvoering

    Nederland moet geen politie-trainers naar Afghanistan sturen omdat de Afghaanse politie onder invloed van de Amerikanen op grote schaal in de oorlogsvoering wordt ingezet als verlengstuk van het leger. De Europese landen hebben zich hier tevergeefs tegen verzet.
    Deze para-militaire politieagenten zijn over het algemeen jonge analfabeten, die dus ook geen kaart kunnen lezen. Volgens de Amerikaanse regering is 40 procent drugsgebruiker. Na een opleiding van een paar weken krijgen ze een uniform en een wapen uitgereikt, waarna ze als “little soldiers” worden ingezet bij grootschalige gevechten met zwaar bewapende taliban-eenheden. Daarnaast worden ze in kleine aantallen op geïsoleerde posten en in pas veroverde dorpen geplaatst -vaak als enige lokale vertegenwoordigers van het Karzai-bewind- om deze tegen de taliban te beveiligen.
    Maar deze para-militaire politie beschikt in tegenstelling tot het Afghaanse leger niet over gepantserde voertuigen, vaak niet over kogelwerende vesten en helmen. Als ze worden aangevallen kunnen ze niet op het leger terugvallen omdat ze niet over verbindingsapparatuur beschikken. Tekenend is dat raketwerpers (Rocket-propelled grenade systems) wel tot de bewapening van de politie behoren maar niet eenvoudige zaken als slagwapens en handboeien waardoor de politie bij elk incident alleen maar kan schieten. Het gevolg van dit beleid is dat het aantal gedode agenten (in 2009 gemiddeld acht per dag 10) drie maal zo hoog is als het aantal gesneuvelde Afghaanse militairen. Daarnaast zijn er duizenden jonge mensen die voor hun leven verminkt raken of invalide zijn geworden.
    Het is tekenend dat de Amerikanen er niet in slagen te achterhalen hoeveel para-militairen er zijn. Veel agenten blijken alleen maar op papier te bestaan; hun salarissen worden door de Afghaanse autoriteiten of door hun commandanten opgestreken. Daarnaast verdwijnt een opvallend groot aantal politie-militairen na hun opleiding. De Amerikaanse commandant van de buitenlandse strijdkrachten Caldwell spreekt zelfs over 67 %.11 Men neemt aan dat velen hun wapens aan de taliban verkopen of zich bij de taliban aansluiten: onder het taliban-bestuur liggen de politie-salarissen blijkbaar hoger. 12 Ook zou de Afghaanse politie tot op het hoogste niveau door de taliban zijn geïnfiltreerd.

    Ook Nederland zette in Uruzgan de politie-training in voor oorlogvoering, Uit een artikel van Eva Ludemann, De Pers, 23-9-2009:
    ‘Van een constructief politieoptreden in Uruzgan is geen sprake. Je kunt daar nog helemaal niet van een politiemacht spreken. Het is er oorlog, er wordt nog altijd hard gevochten.” aldus de Nederlander Paul Meijers, hoofd van het opleidingsprogramma van de Europese politie-missie in Afghanistan (EUPOL). Volgens Meijers sterft een onnodig hoog aantal politiemensen door een gebrekkige uitrusting, maar vooral ook omdat de agenten worden ingezet bij militaire operaties. ‘De agenten doen het werk van de militairen.’
    Dit wordt in hetzelfde artikel bevestigd door een woordvoerder van het Nederlandse Ministerie van Defensie: ‘De politie-missie heeft van het begin af aan primair een focus op militaire taken.’

    Het eerder aangehaalde rapport van de Nederlandse Defensie Academie in Breda naar de ervaringen van Nederlandse politie-trainers bevestigt dt beeld:
    “Alle respondenten geven overigens aan dat het beeld dat de Afghaanse politie oproept er een van een (para)militaire politie is. Deze wordt gekenmerkt door een sterke hiërarchie waarbinnen op centraal niveau beslissingen worden genomen en waarbij de politiemensen geen vrije beslissingsruimte hadden. De afstand tot de bevolking werd als (relatief) groot beschouwd en interactie met het publiek ontbrak. De activiteiten waren veelal gefocust op bescherming, beveiliging en repressief optreden. Daarbij werd vaak geweld en gebruik van vuurwapens waargenomen. Zelfs wanneer de veiligheidssituatie in ogenschouw wordt genomen, laat een dergelijke politie zich inderdaad typeren als een paramilitaire politie.”
    “Het merendeel van de respondenten geeft overigens aan dat Nederland (en ook het VK, Canada en Australië) maar een beperkte ruimte voor eigen invulling krijgt en dat “de lijn die van de VS” is.”

    Tegelijk onderzocht Henk Sollie, docent en onderzoeker aan de Technische Universiteit Twente, met ondersteuning van de Koninklijke Marechaussee de ervaringen van de Nederlandse marechaussees in Afghanistan.13 Sollie schrijft dat alle ondervraagde marechaussees aangaven te vrezen dat hun inzet de situatie in het land op de langere termijn niet verandert. De Telegraaf (8-5-10) concludeerde uit Sollie’s studie: “Bij een eventuele politie-missie naar Afghanistan zullen zich zoveel problemen voordoen, dat een dergelijke operatie nagenoeg zinloos is.”
    “Handboeken voor de plaatselijke politiemensen, die vertaald zijn in de meest gesproken talen van Afghanistan, konden de prullenbak in omdat de meeste agenten daar analfabeet zijn. Veel lokale politie-commandanten kunnen geen kaart lezen. Dan wordt het heel lastig om samen een strategische plek voor een politiepost te bepalen.” De agenten die de checkpoints moesten bemannen “zaten bij eenvoudige gebouwtjes aan de weg – in niet te beschrijven hygiënische omstandigheden – waar ze soms 5 à 7 dagen 24 uur per dag achter elkaar aanwezig waren.” Maar de agenten hebben niet of nauwelijks een uniform aan i.v.m. de dreiging van de taliban. Bij dodelijke incidenten werd er geen onderzoek ingesteld, alleen werd de identiteit van het slachtoffer vastgesteld en werd het stoffelijk overschot binnen 24 uur aan de familie overgedragen.
    De agenten wilden alleen in hun eigen woongebied werken, bij de eigen stam; mensen van een andere stam werden door hen afgeperst. Sollie concludeert dat er bij de politie een hoge mate van corruptie is, al dan niet om het lage salaris aan te vullen. Bij winkeliers proberen ze uit hoofde van hun functie kortingen te bedingen. Ook Sollie komt tot de conclusie dat het bij de opleiding van de “inheemse politie” niet gaat om een echt politiekorps, maar meer om wat hij noemt een “semi-infanterie”. Er werd dan ook niets gedaan op het gebied van verkeershandhaving, procesverbaal etc.

    4) De Nederlandse politie-missie

    Bij de discussie over het zenden van een Nederlandse politie-missie naar Afghanistan14 prijst de initiatiefneemster van het plan, de Groenlinks-parlementariër Mariko Peters, het voorstel aan met uitspraken als “De Afghanen hebben behoefte aan meer agenten om de huidige straffeloosheid en corruptie te bestrijden.” Maar meer politie leidt juist tot meer misdaad en corruptie en is daarom contra-productief. De politieagenten blijken niet alleen gewelddadig tegenover de bevolking en betrokken bij de drugshandel, maar bij een enquete onder de bevolking over corruptie blijkt de politie bovenaan de lijst te staan. In talloze rapporten staat beschreven hoe de para-militairen zich ten koste van de bevolking verrijken. Bij roadblocks wordt iedereen die wil passeren gedwongen te betalen. Drugs-, alcohol- en wapen-handelaars/smokkelaars, gok- en seksbedrijven en zelfs zakkenrollers worden gedwongen geld te geven. Als ze weigeren worden ze opgesloten tot ze betalen. Het gevolg is dat de haat van de bevolking tegen het Karzai-bewind en tegen wat zij ervaren als de buitenlandse bezetters verder toeneemt.
    Niet alleen de politie, ook de Afghaanse Ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken (waar de politie onder valt) zijn uiterst corrupt. In feite verrijkt de hele top in Afghanistan zich via misdaad en corruptie. Zelfs president Karzai obstrueert de vervolging van corruptie-verdachten,15 Juist door de huidige buitenlandse bezetting en door de grote bedragen die sindsdien in Afghanistan worden rondgepompt is de corruptie in het land enorm toegenomen. Een extra probleem is dat de Amerikanen -ook de CIA- al acht jaar lang grote sommen geld aan allerlei beruchte krijgsheren toestoppen in de verwachting dat zij zich voor de Amerikaanse zaak zullen inzetten.

    Nog steeds beweren de voorstanders van de Nederlandse politie-missie dat hun taak is om de civiele politie op te leiden, maar ook dit argument is misleidend. Uit het recente Kamerdebat over Afghanistan (20-6-2010) blijkt dat de Nederlandse missie nauw verweven is met recente verzoeken van de NAVO aan Nederland om een politie-trainingsmissie naar Afghanistan te sturen. Op 4 februari jl. verwoordde de secretaris-generaal van de NAVO dit verzoek voor het eerst in een brief aan de Nederlandse regering. Op 28 april jl deed de NAVO opnieuw een oproep uitgaan om politie-trainers naar Afghanistan te sturen. Minister Van Middelkoop verklaarde in reactie op deze oproep het ‘leidend’ te vinden wat de NAVO in dit geval wil.
    Tijdens het Kamerdebat (30-6-10) over de politie-missie onderstreepte minister Verhagen dat hij de NAVO goed op de hoogte houdt van de Nederlandse discussie. Maar, zo zei hij, het formele antwoord op het verzoek van de NAVO-secretaris-generaal om een politie-missie te sturen zal pas uitgaan als het nieuwe kabinet hiertoe heeft besloten en als blijkt dat de Kamer zich hierbij aansluit. Minister Verhagen voegde hier aan toe dat de Nederlandse bijdrage een belangrijke impuls zal kunnen geven aan de NAVO trainingsmissie en aan EUPOL.
    Dat het werkelijke doel van de Nederlandse politie-missie is om politie-strijdkrachten voor de oorlogsgebieden op te leiden wordt onderstreept door het voorstel om een militaire beschermingsmacht van 200 tot 250 Nederlandse militairen met de politie-missie mee te sturen.

    5) De propaganda-oorlog

    Rond Afghanistan wordt niet alleen een militair conflict uitgevochten, maar er woedt ook een propaganda-oorlog. En die is niet alleen op de Afghaanse bevolking gericht maar met name op de westerse bevolking die zich met een steeds grotere meerderheid tegen het uitzichtloze bloedvergieten in Afghanistan keert.16 Velen durven het nog niet hardop te zeggen, maar de westerse oorlog in Afghanistan lijkt een verloren zaak. De verzetsbeweging wordt steeds sterker, in een jaar tijd is het aantal aanslagen praktisch verdubbeld. Waarschijnlijk heeft de jarenlange buitenlandse bezetting tot gevolg dat steeds meer Afghanen zich bij het verzet aansluiten.

    Terwijl Afghanistan werd binnengevallen om Al Qaeda en de taliban te vernietigen wordt de oorlog nu in het westen als een humanitaire of vredesmissie aan de man gebracht. Over de oorlog praten we liever niet, nee de militairen zijn er om de bevolking te beveiligen. De gevechtsmissie wordt verkocht als een opbouwmissie. De militairen leggen wegen aan, bouwen schooltjes en ziekenhuisjes om de bevolking te helpen. Dit geldt misschien gedeeltelijk voor de Nederlandse activiteiten in Uruzgan, maar in feite hebben de gemilitariseerde hulpprojecten alleen maar tot doel om het verzet van de bevolking tegen het Karzai-bewind te breken.17
    De elf grote hulporganisaties die in Afghanistan werken, waaronder Oxfam, protesteerden in april jl. in een gezamenlijke verklaring tegen dit misbruik van ontwikkelingsgeld voor militaire en politieke doeleinden. Hulp wordt door de Amerikanen teveel ingezet als ‘wapen’ tegen opstandelingen. De behoeftes van de Afghanen zijn ondergeschikt aan militair-strategische overwegingen, concludeerden de hulporganisaties. Maar het enige wat ze na langdurige onderhandelingen bereikten was een toezegging van de ISAF dat de militairen niet langer in witgeschilderde auto’s zullen rijden. Witte auto’s zijn bestemd voor neutrale instellingen zoals de VN en de NGO’s. Door het militaire gebruik van de witte auto’s vrezen de hulporganisaties dat niet alleen hun auto’s maar ook hun projecten door het verzet zullen worden aangevallen.
    Ook het Nederlandse plan om een politie-missie te sturen wordt naar het publiek gebracht als onderdeel van de opbouwmissie. Maar alleen al het aanduiden van de “little soldiers” met het woord politie is misleidend. De Amerikaanse minister van defensie Gates rekende er op dat deze misleiding in Europa zal werken: “Ik denk, eerlijk gezegd, dat als we onze eisen richten op civiele experts en politietrainers we het voor de Europeanen thuis gemakkelijker maken dan met een verzoek om meer militairen te sturen.” 18

    Verontrust door het Nederlandse besluit om zich uit Uruzgan terug te trekken kwam de CIA onlangs met het plan om de propaganda activiteiten in Europa te focussen op bezorgdheid over het lot van de Afghaanse vrouwen. In deze campagne zal wel niet worden verteld dat de Amerikanen zelf voor een belangrijk deel verantwoordelijk zijn voor de achtergestelde positie van de Afghaanse vrouwen. Van 1978 tot 1992 had Afghanistan een PDPA-regering die het land moderniseerde en tot ontwikkeling bracht. Inspiratiebron voor de PDPA waren de Sovjet republieken ten noorden van Afghanistan, waar de welvaart toenam en de vrouwen meer rechten hadden. Door de PDPA-regering werden gedwongen huwelijken en kinderhuwelijken verboden, vrouwen kregen het recht te scheiden, vrouwen konden buitenshuis gaan werken, kregen stemrecht. Ook alle meisjes werden leerplichtig. Volgens de PDPA waren aan de universiteit van Kaboel meer dan 50 % van de studenten vrouwen en waren in Kaboel 70 % van de onderwijskrachten en 40 % van de artsen vrouwen. Alleen buiten de steden werden deze veranderingen door verzet van conservatieve krachten tegengehouden.
    Maar de Verenigde Staten begonnen in 1978 in het kader van de koude oorlog de grootste heimelijke operatie uit hun naoorlogse geschiedenis om het PDPA-bewind ten val te brengen, kosten 3 miljard dollar. Het geld en de wapens gingen via de Pakistaanse geheime dienst naar de meest oorlogszuchtige, fundamentalistische en vrouw-onvriendelijke organisaties in Afghanistan. Daarnaast werden in het buitenland extremistische fundamentalisten geworven (ondermeer Osama Bin Laden) om in Afghanistan te vechten Zij brachten vanuit Saudi Arabië de extreme opvattingen over de islam naar Afghanistan. Uit dit Amerikaanse initiatief is de vrouw-onvriendelijke taliban ontstaan, die dankzij de enorme Amerikaanse steun haar wil aan de Afghaanse bevolking kon opleggen.

  3. rijden zegt:

    I really searched for rijden and I found your Blog at Google.

  4. Charles zegt:

    Good day! I simply want to give an enormous thumbs up for the good info you might have here on this post. I will probably be coming back to your weblog for extra soon.

  5. I saw your blog’s link posted by a friend on Facebook. Thanks for putting useful information on the net. It’s tough to find this stuff these days.

  6. I serjously love your blog.. Pleasant colors & theme.
    Did you create this web site yourself? Please reply back
    as I’m hoping to create my own blog and would like to find out
    where you got this from or what the theme is called.
    Appreciate it!

    Also visit my web blog selena gomez porn

  7. Janay zegt:

    That’s a brilliant answer to an inensertitg question

  8. este va a ser mi segundo paseo nocturno con mis hijos Fernanda y Memo 8 y 11 años yo soy adicto a la bicicleta los felicito por estos recorridos no dejen de hacerlos fomentemos las buenas costumbres y el sano deporte y aprovechando este espacio tengo un taller de bicis en constitucion serca de la bodega aurrera para lo que se les ofresca.

  9. http://www./ zegt:

    Se poate extinde la purtatul pantalonilor de catre fete.Acum 2000 ani pantalonii erau purtati exclusiv de femei in china.Domnul Hristos si nici alti barbati in acea vreme nu purtau pantaloni….incurcat nuFetele sunt mandre ca sunt smerite si poarta rochii

  10. http://www./ zegt:

    The paper's case that the dogs whose bones they saw were indeed domesticated isn't helped by the lack of association with hominin bones. These dog bones were found in a hyena cave as a component of hyena dinner. The argument for domestication is morphological – the dog bones look more like domesticated dogs than wolves. But, maybe it just so happens that they are wild dogs morphologically similar to the dogs that ended up being domesticated, possibly much later.

  11. kalo menurut caranya mas andre, berarti kita butuh 2 kartu dong?? atm niaga dan atm bca, kenapa gak sekalian pake niaga aja untuk add bank account nya? ada tanggapan nih mas andre?? trims February 7, 2008 at 3:24 amReply

  12. … has the sea risen 10 ft. yet.100ft . until 2100 = 1 ft. / yr.Or will it all happen on the last day ? MMGW is a (money making) SCAM .POLLUTION & Solar activity are the real things to worry about.

Leave a Reply

top