search
top

Heeft de engelse productiviteit zijn dieptepunt bereikt? Of werkt het libertijnse devolutiemodel van Cameron

Een van de ontwikkelingen die in ieder geval mij na 2008 op het verkeerde been heeft gezet is de relatief gezien lage werkloosheid in het Verenigd Koninkrijk. Natuurlijk, de werkloosheid is 7,8%. Wat veel te hoog is. Maar gezien de lamentabele prestaties van de Engelse economie had die werkloosheid ‘eigenlijk’ naar 12% of zo moeten stijgen. Dat is dus niet gebeurd. Door een volstrekt a-typische structurele daling van de productiviteit in het Verenigd Koninkrijk is, anders dan anders, de werkloosheid veel minder hard gestegen dan dat de economie gekrompen is. De Engelsen hebben nu, historisch uniek, beduidend meer uren nodig om een eenheid ‘productie’ te maken dan zes jaar eerder, in 2007. Zelfs de ‘winter of discontent’ in 1978/1979 had een veel, veel kleiner effect. Normaal neemt de productiviteit structureel toe, in landen die niet geteisterd worden door een burgeroorlog, zelfs als er aanzienlijke ‘schokken’ zijn. De enige significante uitzondering die ik ken is het Italië van Berlusconi, waar de productiviteit 20 jaar stagneerde (maar nu weer begint te stijgen). Maar zelfs daar was geen sprake van een daling zoals nu in Engeland. Wat is er aan de hand? Hebben de libertijnse economen die stellen dat als je de lonen en de uitkeringen maar verlaagt en het aantal uitkeringen maar vermindert mensen vanzelf wel baantjes gaan accepteren, zelfs al zijn die minder productief dan vroeger? Of is er wat anders aan de hand, en hebben de economen gelijk die, op basis van de historische ervaring, stellen dat in een moderne economie het aantal gewerkte uren alleen maar toeneemt als de productie ook toeneemt omdat de technische vooruitgang bedrijven dwingt tot productiviteitsgroei? Laten we eerst vaststellen dat de ontwikkeling in het Britse rijk inderdaad erg a-typisch is (zie grafiek). De grafiek lijkt me sowieso duidelijk. Voor wiskundofielen met (letterlijk) een slecht oog voor patronen: de trend is een zesdegraads polynoom, die dus maar één duidelijk keerpunt laat zien (strikt genomen had ik de logaritme moeten nemen bij deze groeireeks, maar dat blijkt niets uit te maken)! Wat kan dit verklaren? Onder de grafiek geef ik enige geïnformeerde bespiegelingen over het wezen van productiviteitsgroei – en wat er nu anders kan zijn dan vroeger.

aaauk

Bron: ONS

Productiviteitsgroei – het ouderwetse verhaal. Ik ben als student opgegroeid in de schaduw van groei-econoom Angus Maddison. En ook mijn werk bij het CBS en mijn proefschrift had te maken met wat ‘moderne economische groei’ wordt genoemd. Het verhaal dat ik leerde gaat ongeveer als volgt: moderne economische groei is een ontzagwekkend proces. We kunnen, in hoog tempo, steeds meer met steeds minder maken. En dat gaat maar door. Mijn grootvader kon een bedrijf met twintig melkkoeien runnen (en daar een gezin van onderhouden), wellicht met wat extra hulp gedurende toptijden. Een huidige melkveehouder kan 120 koeien runnen (en daar een gezin van onderhouden), wellicht met wat extra hulp gedurende toptijden. En die moderne koeien geven ook nog eens meer dan twee keer zoveel melk als die van mijn grootvader. Waarbij mijn grootvader al werkte met de melkmachine en met mechanische drinkwatervoorziening in de stalperiode (een koe drinkt zomaar 150 liter per dag…) – hij was al weer veel productiever dan zijn ouders, melkveehouders en kaasmakers bij Edam. En die maakten ongetwijfeld al veel meer gebruik van aangekochte veekoeken dan de generatie voor hun. De vooruitgang is niet incidenteel – maar structureel. Echter, wie profiteert daarvan? Je hebt als boer nu meer dan het tienvoudige aan melk nodig om je gezin te kunnen onderhouden dan vijftig jaar terug – wat het verschil aangeeft tussen de productie- en de inkomenskant van de economie. De rest van het geld gaat naar de afschrijvingen, de rente die de bank ontvangt en wordt, vooral, als lagere prijs aan de consument (en de AH) doorgegeven. En daardoor wordt uiteindelijk iedereen beter van de economische vooruitgang en de groei van de productiviteit. Ook (vooral?) de banken en de AH.

Dit proces is natuurlijk niet specifiek voor de landbouw. Je ziet het in de hele economie, van de vrachtwagen die paard en wagen verving tot de e-mail die de post aan het vervangen is. Daarnaast leidt het proces ook tot nieuwe producten, zoals hoogwaardige kunstmatige babyvoeding (wat overigens langer heeft geduurd dan u wellicht denkt), antibiotica en smartphones met GPS-functie. Iedereen wordt daar beter van, of kan daar in ieder geval beter van worden. Natuurlijk, een (aanzienlijk) deel van de groei wordt niet veroorzaakt door vooruitgang maar door het plunderen van de planeet. Maar ook als je daar rekening mee houdt is het proces van vooruitgang ontzagwekkend. Of was dit zo? En geldt dat nu niet meer?

Productiviteitsgroei – het nieuwe verhaal. Een groot deel van de groei bestaat tegenwoordig echter uit bijvoorbeeld de productie van ‘leningen’ door banken, waar consumenten rente voor betalen. Voor alle duidelijkheid: het uitlenen gaat gepaard met geldschepping maar die geldschepping zelf wordt niet als productie gezien door economen. Maar het gebruik van dit geld in de vorm van een lening weer wel – eigenlijk wordt het feit dat je het nog niet (allemaal) hoeft terug te betalen, technisch gezien een dienst, gezien als de productie (voor monetaire junks: dit wordt niet per lening berekend maar voor de banken als totaal, google FISIM). Het probleem hiermee is dat veel van de (hypotheek)leningen niet hebben geleid tot nieuwe huizen of betere woningen – maar slechts tot het heen en weer schuiven van al bestaande huizen tussen successievelijke eigenaren, waarbij de (steeds hogere) leningen tot inflatoire stijging van de woningprijzen leiden. En dat is geen productie in de zin van de nationale rekeningen en dus in de zin van economische groei. Het (rente-)inkomen van de banken neemt toe – maar de productie van de economie niet (vergelijk het omgekeerde effect bij de melkveehouders). Toch wordt dit inkomen wel meegenomen in productiviteitsberekeningen van banken en van de hele economie. Ietwat vergelijkbare verhalen vallen te vertellen over medicijnen en computerprogramma’s: niet de productie maar de (verhandelbare!) productierechten geven recht op inkomen. Die rechten zijn geld waard – maar de daarop gebaseerde inkomens (direct, als de verkoop van een patent, of indirect in de vorm van een hoge prijs voor een medicijn) zijn zeer, zeer aanzienlijk. Maar hoe reëel is het in een dergelijk geval om dit ontegenzeggelijke ‘inkomen uit eigendom’ nog te relateren aan de productieve economie en de productiviteit? Anders gezegd: stel dat de gemiddelde rente op uitstaande hypotheken snel daalt – daalt dan ook de productie van de economie? Natuurlijk niet, net zo min als de reële kapitaalgoederenvoorraad daalt als de woningprijzen dalen. Die woningen zelf worden daar echt niet slechter van. Maar is een hoop van wat wij ‘productiviteitsgroei’ noemen dan geen gebakken lucht? Dit kan in Engeland hebben gespeeld, vooral bij de banken en de inkomens uit adviezen bij bezitsoverdracht van huizen en bedrijven zowel als fusie-begeleiding. Het heen en weer schuiven van eigendom als inkomensgenererende activiteit die als zodanig niet direct bijdraagt aan de productie.

Productiviteitsgroei: samenstellingsproblemen Daarnaast hebben we het over de gemiddelde productiviteit. Dat is niet altijd een goede maatstaf. Wanneer de aardgasproductie in Nederland fors afneemt maar de bouwproductie neemt net zoveel toe, dan daalt de gemiddelde (arbeids)productiviteit omdat er voor het maken van een woning nou eenmaal veel meer arbeid nodig is dan voor het produceren van een zelfde waarde aan aardgas (let op: in wezen is dit weer hetzelfde verhaal als hierboven – ‘inkomen uit eigendom’ dat niet in relatie staat tot de productiekosten, gelukkig valt dit inkomen in dit geval grotendeels aan de Nederlandse staat toe). In Engeland neemt de productie in productieve sectoren af (industrie, banken) terwijl de productie in de minder productieve dienstensector toeneemt. Gemiddeld daalt de productiviteit dan.

Samenvattend: wat zou er in Engeland aan de hand kunnen zijn? Waarom is het patroon zo a-typisch?. Wat in Engeland de (nogmaals: zéér a-typische) daling van de productiviteit veroorzaakt is vermoedelijk een combinatie van de bovengenoemde factoren. Het inkomen van de banken dat ze krijgen op basis van niet-productieve bezitsoverdrachten (verkoop van woningen en bedrijven, fusies) is vermoedelijk zeer fors gedaald, met een direct nadelig effect op de inkomens-productiviteit (maar niet op de productie-productiviteit…). Daarnaast doen de productieve sectoren het sowieso niet erg goed: de industrie zowel als het bankwezen krimpen. Waarbij dit zeker bij de industrie gepaard gaat met een daling van de productiviteit, een typisch crisis-effect. Tegelijkertijd stijgt de productiviteit in de dienstensector weer, zij het in lichte mate. Het neo-liberale toekomstperspectief van mensen als Cameron, dat niet uitgaat van investeringsgedreven vernieuwing maar van loondalingsgedreven devolutie, waarbij mensen allerlei luizige onproductieve baantjes accepteren om maar wat te verdienen, lijkt in ieder geval macro-economisch niet op te gaan. Ik vermoed zelf dat de productiviteitsdaling deels een samenstellingseffect is, deels te maken heeft met een daling van de ‘renteniersinkomsten’ van de banken en deels te maken heeft met ‘labour hoarding’ zoals die nu in de industrie nog plaats vindt, i.e. het niet direct verminderen van de hoeveelheid arbeid als de verkopen afnemen. Ik kan nu echter nog niet uitsluiten dat het libertijnse devolutiemodel werkt. De recente productiviteitsstijging in de dienstensector lijkt er echter op te wijzen dat dit niet zo is. Wat zou betekenen dat de werkloosheid binnen afzienbare tijd, tenzij de economie gaat groeien, fors zal gaan stijgen. Wat weer zou betekenen dat het devolutiemodel geen alternatief is voor een actieve rol van de staat bij de werkloosheidsbestrijding. Mijn voorspelling voor de komende twee jaar: de Britse productiviteit gaat niet veel verder dalen, waardoor de werkgelegenheid (gemeten in uren) zal afnemen, tenzij de groei aantrekt.

Leave a Reply

top