search
top

Waarom een -0,5% tekortlimiet niet gaat werken – zelfs Denemarken haalt het niet

Op dit moment zuchten we onder het juk van angstige Brusselse ambtenaren die hun paniek proberen te bezweren met rituele formules. Een daarvan is ‘The excessive deficit procedure’: als we maar met elkaar afspreken dat we de overheidstekorten gaan beperken, en echt streng gaan zijn, dan komt het allemaal wel goed, wat dat doen we toch samen!

Maar helaas. Dat zal niet gaan werken. Moderne economieën zitten anders in elkaar. Voorbeelden daarvan zijn de Duitse en de Deense, die laten zien dat bij grote conjuncturele tegenvallers het tekort zomaar met 5, 6, 7% van het BBP kan oplopen… Afspraak of geen afspraak. Zelfs in Denemarken, dat jarenlang overschotten had van meer dan 5% van het BBP, kende in 2009 en 2010 tekorten die fors groter waren dan de -0,5% waar we samen naar toe moeten schijnen te gaan (zie grafiek). En Duitsland? Dat is gebouwd op tekorten (zie grafiek!). Let ook op het tekort van -9,5% in 1995. Ongetwijfeld is daar een speciale reden voor. Maar ook dat is een reden. En ook dat is een tekort.

Wellicht dat we ons toch wat minder willoos en redeloos moeten overleveren aan ‘de markten’, terug naar 1995! Want zo lang geleden is het niet, dat ‘de markten’ niet in hun huidige vorm bestonden. En dat de nadruk van de politiek lag op werkgelegenheid en productie, in plaats van op financieel rendement, dat overigens uiteindelijk uit de productie betaalt moet worden.

Misvattingen over Spanje rechtgezet (1). De Spaanse export deed en doet het wel goed.

Dacht u dat de Spaanse export, gehinderd door een ongebreidelde en onverantwoorde stijging van de lonen in Spanje, het de afgelopen tien jaar heeft moeten afleggen tegen de exporten van de productiemachine Duitsland en de vloedgolf van goedkope producten uit China, zoals nogal eens verondersteld wordt in de huidige discussie? Verkeerd gedacht. Een van de meest onthutsende aspecten van de huidige crisis is hoezeer zowel de publieke discussie alsook veel economen ter staving van allerlei analyses en opvattingen gebruik maken van halve waarheden, onzorgvuldigheden, slecht gedefinieerde variabelen, onjuiste concepten en zelfs regelrechte onjuistheden. De mythe van de zwakte van (onder andere) de Spaanse exportsector is een van die onjuistheden. Zoals uit grafiek 1 blijkt heeft de Spaanse export van goederen (!) het, zowel binnen de EU als buiten de EU, zelfs beter gedaan dan de Duitse goederenexport, wat betreft de groei. Waarbij volgens bron Eurostat geldt dat: “”Goods” means all movable property including electric current.”. Diensten, zoals transport en toerisme, en inkomens verdiend in het buitenland zijn hier buiten gelaten. Desondanks: de Spaanse exporten van auto’s, machines, landbouwproducten en medicijnen (vier belangrijke exportsuccessen) deden het goed.

(meer…)

De crisis verbreedt en verdiept zich

Vandaag publiceerde Eurostat gegevens over de economische groei in het eerste kwartaal. En het was niet best.

A. De achtergrond

Terwijl de schulden in Europa, vooral vanwege het ‘rente op rente’ effect, nog steeds toenemen is de productie nog niet terug op het niveau van 2008…

B. Het was al erg

waren er in het tweede half jaar van 2011 al 10 landen in recessie (technisch: twee kwartalen van krimp achter elkaar):

Tsjechië

Denemarken

Ierland

Italië

Portugal

Griekenland

Nederland

Cyprus

Hongarije (laatste kwartaal 2011 was stabiel, maar omdat er nu weer krimp is reken ik dat toch mee)

Slovenië

C. En het wordt erger

En er kwam nog 3 grote landen bij:

Spanje

Roemenie

Engeland

En vermoedelijk kunnen we ook Zweden bij dit rijtje voeren, dat sinds enige tijd trots schijnt te zijn op zijn dure munt – ten koste van de economische voorspoed, zoals altijd.

D. Is alles nu verloren?

Nee. Duitsland deed het nog wel een beetje goed, met name vanwege de export. Maar dan wel de export naar landen buiten de EU! De export van de Duitse industrie binnen de EU nam af. En ook de consumptie deed het daar goed, wat, omdat (voor zover nu bekend) de consumptie van huishoudens zich niet al te florissant ontwikkelde moet zijn veroorzaakt door de overheidsconsumptie. Ook Finland en Slowakije deden het niet slecht, evenals de Baltische staten, die echter nog ver onder het oude niveau zitten. Frankrijk en Oostenrijk wankelen.

Opmerkelijk: Nederland doet het duidelijk slechter dan België, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk, Polen en zelfs dan Denemarken en Tsjechië, allemaal andere grensstaten van Duitsland. Dat leeglopen van de huizenzeepbel toch…

 

 

Twee wetenschappelijke en een onwetenschappelijke definitie van geld

Any economic unit can emit money. The serious problem is to get it accepted
Hyman Minsky, ‘An evaluation of recent U.S. monetary policy’, Bankers Magazine, October 1972

Oprechte wetenschappers maken gebruik van doordachte concepten, strak afgebakende definities en werkbare operationalisaties. Dit is in de economie ten dele ook het geval, bijvoorbeeld als het gaat om ‘geld’. Ten dele, want hoewel de Post-Keynesiaanse evenals de Oostenrijkse economen een duidelijke operationalisatie hebben die consistent is met de theorie is dat voor de zogeheten neo-klassieke economen (de meerderheid, helaas) volgens deze economen zelf niet het geval… Bij deze een poging enige ordening aan te brengen, om een zorgvuldiger discussie mogelijk te maken. Maar voordat ik het vergeet: hoewel er aanzienlijke verschillen zijn tussen de verschillende definities van geld geven alle definities op dit moment een zeer gematigde tot negatieve geldgroei aan.

1. De Post-Keynesiaanse definitie.
Deze sluit in wezen totaal aan bij de M-1, M-2 en M-3 definities zoals die ook door bijvoorbeeld de Europese Centrale Bank worden gehanteerd. Zie hier voor de grafiek die de ECB publiceert. De Fed, de Amerikaanse Centrale Bank, gebruikt enkel nog de M-1 en de M-2 definities, maar de crisis heeft geleerd dat het beter is de M-3 definitie te hanteren, omdat er nogal wat heen en weer schuiven van geld plaats vindt, tussen de verschillende categorieen. De Post-Keynesiaanse definitie is gebaseerd op een concept van geld waarbij er sprake van officieel geld, dat direct en indirect gesanctioneerd is door de overheid: de Euro en de Dollar, bijvoorbeeld. Hiernaast kunnen andere soorten geld bestaan (denk aan de nieuwe Nederlandse postzegel!) maar het officiële geld is de enige munt waarin belastingen mogen worden betaald. Dit betekent dat er per definitie vraag is naar deze geldeenheid. Het mooie van de M-3 variabele is dat de activa kant (geredeneerd vanuit de banken) van de geldschepping van M-3 geld boekhoudkundig en praktisch goed spoort met de ontwikkeling van de kredietverlening in de economie. Dit wordt weergegeven in de grafiek, de wat snellere groei van M-3 in de laatste periode komt door de wat hogere kredietverlening aan overheden door banken,  (wat dus ook uit de boekhoudkundige gegevens valt op te maken, een analytisch zeer bruikbare variabele dus, dank aan Erwan Mahe), hypotheekverstrekking die wel in de boekhouding te vinden is, is uit de grafiek gelaten:

(meer…)

Mujagic en Eijffinger: misvattingen over begrippen, macro-economie en de economische geschiedenis

Update update: het mooiste voorbeeld van seigniorage (zie beneden) is natuurlijk Weimar Duitsland, waar na het beëindigen van de inflatie de geldhoeveelheid verviervoudigd kon worden zonder dat dit invloed had op het prijspeil, omdat mensen hun kassen weer op wilden bouwen. Waaruit blijkt dat seigniorage ook zonder inflatie kan bestaan en dus niet hetzelfde is als inflatiebelasting.

 

Update: ik begrijp nu al dat er verwarring is over inflatiebelasting en ‘seigniorage’ – dat zou wel hetzelfde zijn, anders dan ik stel. Maar dat is het niet. Onder seigniorage wordt bijvoorbeeld ook het drukken van geld door een land verstaan, dat vervolgens door private partijen in een ander land als betaalmiddel wordt gebruikt (dollarisatie). En dat valt zeker niet onder inflatiebelasting (hoewel het formeel wel als een schuld in de boeken van de VS staat, de looptijd van die schuld is echter oneindig en de rente is 0%). Diepgaander: alleen de overheid (bij ons inclusief waterschappen) heft belastingen – maar het is niet alleen de overheid die geld schept. De geldscheppende banken doen dat ook. Mijn hypotheek bij de RABO valt ook onder het seignioragebegrip (voor zover er voor het financieren van deze hypotheek gebruik gemaakt is van geldschepping): “the difference between interest earned on securities acquired in exchange for bank notes and the costs of producing and distributing those notes”. In het stuk van Eijffinger en Mujagic wordt er (terecht natuurlijk) vanuit gegaan dat het niet alleen om chartaal geld gaat maar ook om giraal geld. En dan is de rente die ik op mijn hypotheek betaal wel seigniorage – maar per definitie geen belasting (de hypotheek is de ‘security’, het geld dat destijds aan het bouwbedrijf en de notaris betaald is valt in de definifitie onder ‘producing and distributing the notes (money). Rente op hypotheken van de voormalige DSB (geen geldscheppende bank, voor zover ik weet) was dus geen seigniorage. Strikt genomen is korting op snelle betaling bij leverancierskrediet een form van negatieve seigniorage. Maar ik geef toe: ik heb geen neo-klassiek geldbegrip, mijn definitie spoort met die van centrale bankiers en mensen als Minsky (ja, de Post-Keynesiaanse definitie en die van Centrale Banken zijn wel consistent met elkaar, anders dan de neo-klassieke definitie en die van Centrale Banken). Men leze Ulrich Bindseil, overigens de auteur van het enige boek over de praktijk van liquiditeitsbeheer bij Centrale Banken (caveat: ik heb enkel dit van hem gelezen, nog niet het boek, maar ik vind het belangrijk om te melden dat het het enige is).

In Turkije zijn er, sinds de crisis, 3.000.000 banen bijgekomen. U lees het goed: niet eraf, maar erbij. Hoe kon dat? Een van de redenen dat dit mogelijk was is dat de Turkse Centrale Bank de beleidsrente kon verlagen van 16% naar 6%. Dus met 10%. De economie nam toe met, gemeten vanaf het begin van de crisis (dus voor de dip in 2008/2009 die zich ook in Turkije voordeed) met 18%. En groeit nog steeds. En de groei is breed gedragen: landbouw, bouwnijverheid, industrie, medische sector – allemaal gaan ze vooruit. En was dit inflatoir – Nee. De inflatie was in 2009 en 2011 zelfs de laagste ‘ooit’, in Griekenland…

De drastische verlaging van de beleidsrente was niet de enige reden waarom dit alles mogelijk was. Kapitaal stroomde het land in en er was sprake van verstandig aanbodbeleid: verlaag niet de lonen maar de loonkosten (wat bij ons min of meer gelijk zou staan aan het fiscaliseren van premies en het verlagen van de BTW op arbeid). Maar het hielp wel, en niet zo’n beetje ook. En die drastische verlaging van de beleidsrente was weer mogelijk omdat de inflatie hoog was… (en nee, deze is niet verder opgelopen, na de renteverlaging). Waarmee ik maar wil zeggen dat de titel van een artikel van Sylvester Eyffinger en Edin Mujagic, vandaag in de Volkskrant, ‘Hogere inflatie is voor niemand goed’, met een korreltje zout moet worden genomen. Sterker nog – er zijn omstandigheden dat het voor iedereen goed is. De Turken zijn erdoor gered. En een basaal begrip van eerste jaars macro-economie had Eijffinger en Mujagic kunnen behoeden voor een aantal van de flaters die ze begaan in hun artikel (Flaters? Jazeker. Met ‘seigniorage’ wordt, anders dan Eijffinger en Mujagic stellen, iets heel anders bedoeld dan met ‘inflatiebelasting’. Zeker monetaire deskundigen, wat deze economen pretenderen te zijn, horen dit te weten).

(meer…)

Page 1 of 5312345...102030...Last »
top